1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 122
114 waartusschen de zeshoekige of ronde bladkussens als zegeiindrukken zichtbaar zijn. De wortels of wortelstokken der zegelboomen en der schubboomen waren zeer vertakt, zijn wegens de vele stippels, dit men er op ziet, bekend onder den naam van stigmaria en hebben veel bijgedragen tot vorming der steenkool. Tot de paardestaarten of equisetaceeën, zaadloblooze planten met holle, gelede, schijnbaar in elkaar geschoven stengels, en waarvan de roobol of akkerpaardestaart een bekende vertegenwoordiger is, behoort ook het uitgestorven plantengeslacht calamites. Volkomen exemplaren van dit 10 tot 12 meter hoog gewas komen uiterst zelden voor; het merg is gewoonlijk versteend, de gladde of overlangs gestreepte schors is verkoold, de takken en bladeren vertoonen zich als verkoolde afdruksels. Psaronius cottaï behoort tot de varens en wel tot de boomvarens, die veelvuldig in de steenkolen voorkomen. De stukken van den stam zijn dikwijls geheel verkiezeld, in achaat veranderd en onder den naam van spreeuwsteenen bekend. De ouden, die er reeds sieraden van vervaardigden, noemden ze helmintholithen of wormsteenen naar de binnen in den steen gelegen, verharde, donker gekleurde, wormwormig gebogen vaatbundels. Waichia piniformis, een naaldboom, wordt gevonden in het jongste gedeelte van het primaire tijdvak, nl. in de permische formatie. Hij behoort tot de uitgestorven familie der cordaïteeën, zoo genoemd naar den Boheemschen plantkundige AUGUST KARL JOSEPH CORDA (1809—1849) en was ongeveer 20 meter lang.
De secondaire of mesozoïsche periode heeft planten opgeleverd uit alle hoofdgroepen van het plantenrijk : zaadlobloozen, naaldboomen, eenzaadlobbigen en tweezaadlobbigen. Ook alle typen van het dierenrijk zijn hier vertegenwoordigd; zelfs vogels en zoogdieren zijn in de lagen van dit tijdvak ontdekt. Onder de uitgestorven dieren dezer periode zijn vooral merkwaardig: de zeelelie of encrinus liliiformis; de ammonieten ; de belemnieten ; de rudisten ; de zeesauriers of zoutwaterhagedissen ; de pantserof kikvorschhagedissen, ook labyrinthodonten of doolhoftandigen genoemd wegens de doolhofachtige lijnen op de doorsnede der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's