1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66
58
het succes van de genealogische methode onmisbaar heeten. Zij bereikt echter eerst dan haar doel wanneer zij in breeden kring wordt gebezigd of althans begrepen, hetgeen reeds nu het geval is met enkele symbolen als: * voor geboren, f voor gestorven, X voor gehuwd, [ J voor begraven, enz. In de symboliek voor het aanduiden van familierelaties is de noodige uniformiteit echter nog niet verkregen. Evenals anderen vóór hem wijst SOMMER in zijn bekend werk over de studie der familie ') de ascendenten aan door de letter A, gevolgd door een Romeinsch cijfer, hetwelk de generatie aanwijst en door een ander cijfer, als het volgnummer van den bedoelden persoon in de betreffende generatie ; A I 1 is bij hem synoniem met vader, A I 2 = moeder, A II 1 = grootvader vaderszijde, A II 2 =: grootmoeder vaderszijde, A II 3 = grootvader moederszijde, A II 4 = grootmoeder moederszijde, A III 1 = vader van den grootvader vaderszijde, enz. Het symbool van den persoon, wiens ascendent bedoeld is, plaatst hij tusschen haakjes achter de zoo juist aangegeven teekens; A I 1 (O) wil bij hem dus zeggen ; de vader van O. De letter A kan zonder schade aan de duidelijkheid in vele gevallen worden weggelaten. Met collateralen, die trouwens ook als descendenten van eene vorige generatie kunnen aangegeven worden, houdt SOMMER in zijne symboliek geen rekening. Voor de aanduiding van descendenten bezigt hij naar gelang van de generatie verschillende typen van cijfers en letters en wel voor de eerste generatie der descendenten : Romeinsche cijfers, voor de tweede generatie : Arabische cijfers, voor de derde: kleine Latijnsche letters, voor de vierde : kleine Grieksche letters, voor de vijfde : Hebreeuwsche letters, voor de zesde: kleine Duitsche letters, voor de zevende: groote Latijnsche letters, voor de achtste: andere teekens. De symboliek van CRZELLITZER ') is eene geheel andere. Terwijl hij personen van de mannelijke sekse in het algemeen aanduidt door een vierkant, die der vrouwelijke door een cirkel, 1) R. SOMMER, Familienforschung und Vererbungslehre, 1907. 2) A. CRZELLITZER, Methoden der Familienforschung, Zeitschrift fijr Ethnologie, Heft 2, 1909.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's