1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 213
205 prikken of tasten en knijpen en wat niet al. Bovendien oefenen zij invloed uit op de keuze der lijders, die al of niet opgenomen zullen worden en zijn zij niet tevreden als ze geen zeer uitvoerige lijkopening mogen verrichten. Dit alles zou m. i. bepaald schadelijk zijn voor een miss. hospitaal. Ten minste op den duur. Als tijdelijke maatregel, ten einde helderheid te brengen in een bepaald vraagstuk, dat ons op een gegeven oogenblik geheel in beslag neemt, kan de hulp van zulk een onderzoeker niet slechts toegelaten, maar zal die met verlangen tegemoet gezien worden. Zoo hadden wij hier vóór verleden jaar een groote moeilijkheid met een duistere ziekte, die vele offers eischte en waarvoor ik geen raad wist. Ik riep toen de hulp in van het laboratorium uit Batavia en kreeg die hulp. Eén der onder-onderzoekers van die instelling werkte hier gedurende 3 weken en lichtte mij voor met de resultaten van zijn onderzoek. Hiermede is het zendingshospitaal natuurlijk gaarne en goed gediend, en in het belang der zaak hebben wij het er voor over als er eens enkele lijders wegloopen. Maar dit is slechts tijdelijk en de zieken merken al heel gauw, dat die mijnheer, die zoo onbescheiden vragen kan en overal zijn neus in steekt, geen eigentoeloeng is en weldra weer heen zal gaan. Was hij voorgoed aan 't hospitaal verbonden, dan zouden velen het hospitaal om hem mijden. Zagen wij dus dat niet alles, wat des dokters is, door den miss. arts kan verricht worden, omgekeerd is het ook wel duidelijk, dat hij zich niet te veel moet verdiepen in een enkel onderdeel als speciaal vak zijner keuze. Praktische bruikbaarheid sta op den voorgrond. Verder behoef ik hier niet op in te gaan. Met opzet koos ik voorbeelden ontleend aan de medische kunst en praktijk. Wat daar geheel buiten valt, tijdroovende liefhebberijen of andere bezigheden behoeven niet afzonderlijk genoemd te worden. Zoo zal nu wel duidelijk zijn wat ik bedoel met zelfbeperking als eisch van slagen voor den miss. arts. Kan men in verschillende betrekkingen volstaan met te doen „wat voorgeschreven is" en heeft men dan verder de volle beschikking over zijn vrije uren, met den miss. arts is dit anders. Hij moet niet vragen „met hoeveel uur per dag ben ik er af?" maar omgekeerd, wat kan ik nog meer doen in mijn goddelijk beroep. Zijn liefhebberij zij, 't bestaande te volmaken en naar uitbreiding te streven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's