1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94
86 Gesteld, het betreft hier een proefdier, dat in hooge mate immuun is tegenover diphtherie-toxine. Spuit men nu nog meer toxine (eene kleine dosis) in, dan zullen er voldoende antilichamen reeds circuleeren om dit gif te binden. Die anti-lichamen zijn, zooals bekend is, door bepaalde celgroepen gevormd. En de onderzoekingen van den laatsten tijd hebben geleerd, dat de reactie, welke tusschen toxinen en anti-toxinen plaats vindt, in kenmerken overeenkomt met de evenwichts-reacties. Speciaal deze evenwichts-reacties schijnen echter zeer labiel te zijn , en de meer of minder vaste binding van het toxine met het antitoxine afhankelijk te zijn van het milieu, waarin de reactie plaats vindt. Het toxine is haast te vergelijken met een zwak zuur (dus weinig in H-ionen gedissocieerd zuur) en het anti-toxine met eene zwakke base (weinig in OH-ionen gesplitst). Ook eene binding van een zwak zuur met eene zwakke base is zeer labiel. Keeren we nu tot het geval terug, dat toxine bij een hoog geïmmuniseerd dier wordt ingespoten. Dan zal toxine-antitoxine (met een zout te vergelijken) ontstaan. Is echter nu het antitoxine op eene of andere wijze verzwakt (in onze vergelijking : is de base minder krachtig geworden) zooals vaak gebeurt, indien de anti-toxinen circuleeren zonder gebonden te zijn (aangetoond door P. TH. MULLER), dan kan de aviditeit van de weefsels tot het versch ingespoten gif grooter zijn dan de bindingscoefficient van (het zout) toxine-antitoxine ; gevolg zal zijn, dat het evenwicht tusschen al het aanwezige toxine-antitoxine gansch wordt gestoord, veel toxine vrij komt en eene vergiftiging ontstaat, die een anaphylactischen dood kan teweegbrengen. De overgevoeligheid, teweeg te brengen door het actinocongestine, is op analoge wijze te verklaren. Hier dient nog opgemerkt, dat de toxine-anaphylaxie niet veroorzaakt kan worden bij passief geïmmuniseerde dieren. Deze anaphylaxie treedt slechts op bij aktief geïmmuniseerde dieren, wat de meening bevestigt, dat de oorzaak van het verbreken der binding toxine-antitoxine niet ligt in de vochten, maar in de een tijdlang geprikkelde celproepen van het proefdier. Terugziende, dan blijkt dus, dat anaphylaxie kan ontstaan, wanneer men bij een te voren gesensibiliseerd dier (d. i. een dier, dat anti-Mchamen in zijn lichaamsvochten bevat ten opzichte van de voor de sensibilisatie gebruikte eiwitstof) liefst intra-veneus eene kleine
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's