Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

2 minuten leestijd

140

van de Karische zee tot aan de Bering-straat, meent dat de becijfering van MIDDENDORP eerder te laag dan te hoog is. Wanneer men nu rekent dat een slagtand gemiddeld 65 kilogram weegt, dan kan men eerst nagaan hoeveel duizenden mammoeten er eens in noordelijk Azië moeten zijn omgekomen. In vele holen, die in den diluvialen tijd door menschen en dieren bewoond werden, zijn beenderen gevonden van rhinoceros tichorhinus of neushoren met een beenachtigen neuswand, ook wel rhinoceros antiquitatis of neushoren der oudheid geheeten, maar het best bekend onder den naam van wolharige neushoren. Van dit dier zijn vele overblijfselen ontdekt in de zandgronden van Rixdorf en Tempelhof bij Berlijn. Eene diluviale grintlaag bij Menchecourt in het departement Somme leverde een volledig geraamte op. Ook bij Kraiburg in 't Z. van Beieren aan de Inn werd in 1869 een volledig geraamte van den wolharigen neushoren gevonden dat te München bewaard wordt. Uit het dal van Stuttgart zijn eenige schoone schedels van dit dier opgegraven. In Oostenrijk werd het eerste volledige geraamte opgegraven uit eene diluviale leemlaag bij Medleschitz tusschen Pardubitz en Chrudim in het O. van Bohème; de schedel van dezen in 1900 gevonden neushoren was 85 centimeter lang en het geheele geraamte bereikte een lengte van bijna 3 meter. De wolharige neushoren, de tijd- en lotgenoot van den wolharigen olifant of mammoet, komt, evenals de laatste, ook veel voor in den bevroren bodem van Siberië. In 1771 vonden Toengoezen aan de Wiljuï, een linker zijrivier der Lena een geheel ongeschonden en volkomen versch lijk van dit dier: PETER SIMON PALLAS (1741 —1811) kon nog slechts den kop en de beide achterpooten met de daaraan zich bevindende vleesch- en huiddeelen redden en gaf eene be= schrijving van dezen neushoren. In 1866 toen F. SCHMIDT naar Siberië gezonden werd, om den in het vorige jaar ontdooiden mammoet op te halen, vond men ook vele overblijfselen van rhinoceros tichorhinus en werd o.a. aan de Bytantei, een zijtak der Jana, een geheele kop met huid en haar ontdekt. De wolharige neushoren, tijdgenoot van den diluvialen mensch, bezat een beenachtig neustusschenschot, dat noch bij de thans levende neushorens gevonden wordt, noch bij den geologisch iets ouderen neushoren van Merk of rhinoceros merkii, waarvan o. a. overblijfsels ontdekt zijn in Engeland in het dal der Theems,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's