1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 197
189 menschen nog eens een ander woordje wisselen dan uitsluitend over hun ziekten en kwalen, ja dan moet er heel wat geblokt worden. Maar nu komt het voornaamste nog. Wie in Holland afgestudeerd heeft is ten minste onderlegd en gewapend voor de hollandsche praktijk, maar van tropische ziekten en hygiëne weet hij nog maar bitter weinig en zag hij althans nog nagenoeg niets. De jongen arts in de tropen moet zich dus wel ongeveer weten als iemand die het timmeren geleerd heeft en nu plotseling het meubelmakerswerk er bij moet uitoefenen. Met den noodigen ijver en overleg zal dit op den duur wel terecht komen, maar in het begin is het een lastig geval. Eenige jaren geleden was de studie der tropische ziekten nog vrij gemakkelijk. Dat is te zeggen, er was zoo weinig over onderzocht en geschreven, dat men dit weinige gemakkelijk onder de knie kon krijgen. In de laatste jaren is er echter gelukkig zoo veel nieuw onderzocht en gevonden en is de macht tot genezen en voorkomen zoo veel grooter geworden, dat een bescheiden poging om van dat alles kennis te nemen ook al weer een schat van tijd en inspanning kost. Nu moet de veelheid der werkzaamheden ons niet moedeloos maken, ook al dringt eigenlijk ieder der genoemde zaken om den voorrang, want de taaistudie kan niet wachten en de studie der tropische ziekten is dringend noodig en de ziekenbehandeling mag heelemaal niet uitgesteld worden. Maar wij weten, dat de volmaaktheid niet van ons geëischt wordt, doch slechts dat wij getrouwelijk voortwerken aan wat onze taak is en de uitkomst overlaten aan onzen God. Doch nu ik eenigszins in bijzonderheden uiteen gezet heb, wat er al niet behoort tot de eigen taak van den missionairen arts, zult gij het wel met mij eens zijn, dat het niet goed zou wezen, hem bij dit alles nog in het ambt te stellen tot de prediking van het Evangelie. Anderen heb ik niet te oordeelen en gaarne laat ik een ieder de vrijheid, maar mijn persoonlijke overtuiging is, dat, werd het van mij geëischt, ik daarbij toch nooit aan de meest bescheiden eischen zou kunnen voldoen. Of wat zou het baten, indien ik al eenige Javaansche zinnen leerde, die op het zielenheil betrekking hadden en die ik nu maar telkens weer moest gebruiken, zonder ooit verder te kunnen komen ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's