Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 174

2 minuten leestijd

166 er is ook plaats voor een consul, voor onderwijzers en voor dokters met hunne helpsters. Hoe nu zulk een roeping tot ons komt, inwendig en uitwendig, behoeft hier niet nader uiteengezet. Men make (naar den aard der zaak gewijzigd) zelf de toepassing uit het geen onze Gereformeerde theologen zoo volkomen helder uiteengezet hebben in zake de roeping tot het ambt. Naar den aard der zaak gewijzigd, want de miss. arts bekleedt niet het ambt. Al wordt hij dan ook aangezocht door een kerkeraad, benoemd en uitgezonden voor rekening van die kerk, al neemt hij gewoonlijk, op eenigszins plechtige wijze, afscheid van die gemeente in een openbare samenkomst, waar met hem gesproken en gebeden wordt en al lijkt dit alles wonder veel op een „bevestiging"' of „inwijding", toch is het noodig hier misverstand te voorkomen. Welk misverstand, dat schadelijke gevolgen zou kunnen hebben, hier bedoeld wordt? Wel ik hoorde wel eens van Geref. artsen, die wel lust zouden hebben om in zendingsdienst te gaan, doch alleen dan, wanneer ze er persoonlijk voor aangezocht zouden worden. Uit zich zelven waren ze niet geneigd om stappen te doen, waardoor van hun bereidwilligheid zou kunnen blijken. Dit lijkt nu wel erg teeder en mooi, maar berust op een onjuiste vergelijking of gelijkstelling met het Ambt. Men redeneert dan aldus : Een predikant zoekt zelf geen gemeente op, doch wacht tot hij beroepen wordt. Het zich aanbieden, rechtstreeks of zijdelings, is uit den booze, dus zal ik er mij ook voor wachten. Maar vooreerst bekleedt de miss. arts juist niet het ambt van den D. d. Woords en gaat dus voor hem nog niet alles op, wat daar zeer juist mag zijn, doch bovendien, en dit klemt nog meer, er is nog een ander groot verschil. Een candidaat in de theologie is candidaat tot den H. Dienst. Van hem is dus zonder meer reeds bekend, dat hij het Ambt begeert. Hij behoeft dit niet opzettelijk te zeggen, hij kan rustig afwachten tot een bepaalde gemeente hem blijkt te begeeren. Maar van onze Geref. artsen hoofd voor hoofd kan niet gezegd worden, dat ze allen naar een benoeming als miss. arts staan. Dit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's