Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92

2 minuten leestijd

84

II. Het wezen der anapliylaxic. Het best zullen wij het wezen der anaphylaxie kunnen bespreken, wanneer wij ons eerst bepalen bij de overgevoeligheid, welke het dierlijke organisme vertoont ten opzichte van eiwit, dat van een andere soort als het zijne afkomstig is, en parenteraal wordt toegevoerd ; d.i. een toevoer, met voorbijgang van maag-darmkanaal, derhalve door subkutane of intraveneuse of intraperitoneale inspuiting. Bij de studie hiervan is gebleken, dat alle warmbloedige dieren, voor zoover ze onderzocht zijn, in anaphylactischen toestand zijn te brengen, en dat ter voor- behandeling elke eiwitstof geschikt is. Verder is gebleken, dat de anaphylaxie een streng specifiek verschijnsel is ; dat slechts de her-injectie van dat eiwit anaphylaxie kan veroorzaken, 'twelk ter voor- behandeling van het dier heeft gediend. Vóór we over het wezen der anaphylaxie nog nader kunnen handelen, moeten we echter nog eerst mededeelen, dat er ook „passieve anaphylaxie" bestaat; dus dat ook door het serum van een anaphylactisch dier bij een ander te voren gezond dier in te spuiten, dit ook overgevoelig ten opzichte van de bepaalde eiwitstof kan worden. Doch ter zake. De anaphylaxie treedt dus in den regel slechts dan op, wanneer het eiwit der eerste injectie, het antigeen, parenteraal wordt toegevoerd. Terwijl het per os toegevoerde eiwit, dat van andere soort afkomstig is als waartoe de verbruiker behoort^ in het darmkanaal door de daar aanwezige fermenten volkomen wordt ontleed, en eerst opnieuw in den darmwand synthetisch wordt omgezet tot eiwit, soorgelijk aan dat, waaruit het eiwit van den verbruiker bestaat, werkt het parenteraal in het organisme gebrachte eiwit als een prikkel; en verwekt het daar — zooals bekend is — grootere hoeveelheden van streng specifieke antieiwitlichamen. En komt nu door intraveneuse her-injectie zoo parenteraal eiwit in het organisme van een dier, in welks bloed reeds specifieke anti-eiwitlichamen circuleeren, dan vereenigt zich in de bloedbaan het antigeen (in casu : het eiwit) met de anti-lichamen. Gevolg daarvan zal zijn, dat het antigeen (eiwit) plotseling wordt ontleed ; eene eiwit-ontleding, welke ook na de eerste injectie van het antigeen wel plaats greep, doch toen langzaam, maar nu (bij de her-injectie) wegens de groote hoeveel-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's