Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 152

2 minuten leestijd

144 dwergstruis overeenkwam. Uit overblijtsels van eierschalen kan men afleiden, dat de eieren, die de moa's legden, ongeveer 35 centimeter lang en 25 centimeter dik waren. In sommige geraamten vond men in de maagstreek een aantal steenen, die blijkbaar door het levende dier tot bevordering der spijsvertering waren ingeslikt. Het eerste overblijfsel, dat van dezen vogel naar Europa gebracht werd, was een stuk van een dijbeen ; in 1839 kwam het te London en werd onderzocht door RICHARD OWEN, (1804—1892) die weldra tot het besluit kwam, dat het van een reusachtigen vogel afkomstig moest zijn. In kalksteenholen en moerassen, in zeeklei en rivierklei werden later groote hoeveelheden beenderen en ook eenige stukken van eierschalen gevonden. De zendeling W. WILLIAMS zond in 1842 kisten vol vogelbeenderen, die hij aan de oostkust van het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland had verzameld, naar den geoloog WILLIAM BUCKLAND 0784—1856), en uit deze beenderen stelde OWEN voor het eerst een volledigen moa samen, die in het museum v. nat. hist, te London te zien is. Van 1847—1850 werden nog vele moabeenderen en eierschalen gevonden door WALTER MANTELL en in 1858 door FERDINAND VON HOCHSTETTER (1829—1884); sommige dezer beenderen waren nog met de huid bekleed. Ook heeft men veeren van dezen vogel ontdekt. De Maori's, die zich waarschijnlijk omstreeks 1000 jaren na Chr. geboorte op de beide Nieuw-Zeelandsche eilanden vestigden, hielden veel van het vleesch der moa's, en wanneer men bedenkt, dat eens een Maori in een etmaal 30 kilogram vleesch verorberde, dan begrijpt men, hoeveel van deze vogels aan de magen der Nieuw-Zeelanders werden opgeofferd. Evenwel was de moa een geduchte vijand, die menigen aanvaller in het stof deed bijten, zoodat er dikwijls hevige gevechten plaats hadden tusschen Maori's en moa's, waarbij de laatste ten slotte het onderspit moesten delven. Bij het meer Rotorua, tusschen het meer Taupo en de Plenty-baai, wordt de plaats aangewezen, waar de laatste moa gedood werd. Het opperhoofd RAUPAVAHA, die in de eerste helft der 19de eeuw stierf, kon zich herinneren nog moavleesch gegeten te hebben, en de schepelingen van JAMES COOK (1728—1779) zagen in 1769 nog een levenden moa

op Nieuw-Zeeland. Ook op het eiland Madagascar zijn eieren en beenderen ont-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's