Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128

2 minuten leestijd

120

lijk zulks onder de levende dieren bij den potvisch, eene soort van walvisch het geval is. De wervels ten getale van 140 of 150 zijn aan beide zijden hol en gelijken dus op damschijven; de staart telt ongeveer tweemaal zooveel wervels als de romp. Op den rug bevond zich eene rugvin en de staart eindigde in eene ongelijklobbige staartvin. De vier ledematen geleken meer op vinnen dan op pooten en dragen ieder zes of zeven vingers, die bij de voorste ledematen gemiddeld uit vijftien kootjes bestaan. Uit enkele bewaard gebleven stukjes der huid blijkt, dat deze geen schubben droeg, maar glad en zacht was als de huid der zoogdieren, waarmede de vischhagedissen ook de eigenschap gemeen hadden, dat zij levende jongen ter wereld brachten. Evenals bij de roofvogels en bij vele kruipende dieren waren de cirkelronde oogholten door een krans van beenstukken omgeven, waaruit men afleidt, dat de ichthyosauriërs een zeer scherp gezicht hadden. Gelijk bekend is, hebben steuren en haaien een spiraalvormig klapvlies in den darm, waardoor de spijzen genoodzaakt worden langs eene soort van wenteltrap het darmkanaal te doorloopen ; zulk een spiraalvlies bezat ook de ichthyosaurus. Dit kan men opmaken uit den vorm zijner uitwerpselen: men heeft namelijk in en buiten het lichaam van dit dier versteende uitwerpselen gevonden, die onder den naam van koprolithen of dreksteenen bekend zijn en vooral in de juraformatie voorkomen. Deze koprolithen, die er uitzien als langwerpige aardappelen, zijn van buiten spiraalvormig gegroefd en vertoonen op eene dwarse doorsnede ook spiraallijnen. Bovendien neemt men op zulk eene doorsnede donkere vlekken waar; deze vlekken zijn beentjes en schubben, die niet verteerd zijn. Verder is uit een onderzoek der fossiele dreksteenen gebleken, dat de vischhagedissen niet alleen van visschen en weekdieren leefden, maar ook elkander verslonden. Aan de kust van Yorkshire in Engeland worden de koprolithen opgezameld wegens hun groot gehalte aan phosphorzuur, en op sommige plaatsen vervaardigt men er zelfs snuisterijen van. Eene merkwaardige soort is nog ichthyosaurus longirostris of langsnuitige vischhagedis, wier bovenkaak ongeveer tweemaal zoo lang is als de onderkaak. De laatste der zeesauriers uit de mesozoïsche periode, die we wenschen te bespreken, is de maashagedis of mosasaurus, een acht meter lang slangachtig of vischachtig dier, dat geen achter-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's