1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142
134 geschriften over reuzen, hun ontstaan en hunne werkzaamheden. Dinotherium of schrikdier, zoo noemde JOHANN JAKOB KAUP (1803—1873) het monster, waarvan de zonderlinge schedel in 1836 door KLIPSTEIN van Giessen in het zand bij Eppelsheim ten N. W. van Worms gevonden werd. Deze schedel, die meer dan een meter lang en 65 centimeter breed is, bezit 2 groote haakvormig naar beneden gebogen slagtanden in de onderkaak ; bij den walrus zijn deze benedenwaarts gerichte tanden in de bovenkaak bevestigd. Er is op aarde nog geen tweede dergelijke schedel gevonden. In boven- en in onderkaak zijn aan elke zijde 5 groote platte kiezen aanwezig. Later werd bij Abtsdorf in Bohème bij de grens van Moravië een bijna volledig geraamte van dit dier gevonden, doch dit werd geheel verbrokkeld en bij stukken verkocht. Ook de kaiklagen van Simorre, de Zwabische tertiaire formatie, de leemlagen aan den voet van den Pentelicon ten O. van Athene, de Sivalikheuvels in het N. van Voor-lndië hebben overblijfsels van het reuzenschrikdier of dinotherium giganteum opgeleverd, doch niet veel meer dan kiezen en eenige beenderen der ledematen. Men stelt zich het dinotherium voor als een 5 meter lang en 4.5 meter hoog dier, dat het midden houdt tusschen een tapir en een olifant, van een lange slurf voorzien was en gaarne in het water leefde. De besproken schedel, die voor het Britsche museum was aangekocht, is bij het vervoer naar Londen, helaas, geheel verpletterd. In de jongere tertiaire lagen der Oude en der Nieuwe wereld, o.a. te Eppelsheim in Hessen, te Pikermi in Attica, in Perzie en in Noord-Amerika zijn overblijfsels ontdekt van een tertiair paard, dat den naam van hippotherium of hipparion verkreeg en aan eiken poot een hoef en twee bijhoeven had, welke laatste bij het loopen den grond niet aanraakten. Megatherium of reuzendier, mylodon of molentand, megalonyx of grootklauw, glyptodon of graveertand en grypotherium of grijpdier zijn uitsluitend in de diluviale lagen van Noord- en Zuid-Amerika gevonden en behooren alle tot de edentata of tandelooze zoogdieren, dat zijn dieren, die in 't geheel geen tanden of alleen kiezen zonder glazuur hebben. Zij gelijken deels op onze hedendaagsche luiaards, deels op gordeldieren en wekken vooral verbazing door hunne reusachtige afmetingen. Een der grootste is megatherium, het groote dier, dat vroeger
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's