1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 104
96
en heeft gelegenheid eene tweede stof af te scheiden, die de ontwikkeling doet doorgaan. Op grond van proeven meent L., dat door vernieling van de buitenlaag van het ei de oxydatie veel sterker wordt en daardoor de ontwikkeling in gang komt. Daarom moet volgens L. het leven niet meer geacht worden te beginnen met het binnenkomen van een levensprincipe (de ziel) in het ei, maar met de oxydatieversnelling in het ei, en het leven eindigt met het ophouden van de oxydatie in het lichaam. Ook de erfelijkheid is volgens L. door experimenten begrijpelijk geworden. Het ei is de eigenlijke drager der erfelijkheid ; het spermatozoon zet de ontwikkeling van het ei in gang en draagt tevens de eigenschappen van den vader over, voor het geval vader en moeder nauw verwant zijn. Deze overdracht van eigenschappen schrijft men toe aan de chromosomen, die in vast aantal in elke celkern voorkomen. Schr. behandelt hierbij het principe der geslachtsbepaling. HHNKING had ontdekt, dat bij een insectensoort tweeërlei spermatozoën voorkomen, wier chromosomental verschilt. Mc CLUNG kwam daardoor op het idee, dat dit accessorisch chromosoom in verband moest staan met het geslacht der nakomelingen. Immers daar van beide soorten spermatozoën er evenveel waren, mag men ook 2 soorten jongen in gelijk aantal verwachten : die 2 soorten zijn er alleen te constateeren, als men de mannetjes en wijfjes beschouwt. Proeven klopten met dit denkbeeld. Men stelt zich de zaak aldus voor: alle eieren hebben één bepaald geslachts-chromosoom (X-chromosoom); de spermatozoën hebben er voor de helft ook één, voor de helft geen. Na bevruchting zal dus gemiddeld de helft der eieren 2, de andere helft 1 geslachts-chromosoom hebben : de eerste worden de wijfjes, de laatste de mannetjes. Bij den mensch zou het geslacht op dezelfde wijze te danken zijn aan het bestaan van tweeërlei spermatozoën. Zoo is verklaarbaar: waarom tweelingen, ontstaan door splitsing van één ei, steeds van hetzelfde geslacht zijn ; waarom bij bladluizen, bijen en mieren uit bevruchte eieren steeds enkel wijfjes ontstaan (spermatozoën zonder X-chromosoom blijken bij bladluizen niet levenskrachtig); waarom uit onbevruchte eieren bij bijen en mieren altijd mannetjes ontstaan. De
splitsingswet van MENDEL kan hiermee ook verklaard,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's