1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 116
108 of mollusca, waartoe o. a. mossels en slakken behooren; de schalen der Crustacea of kreeftachtige dieren; de beenderen, tanden, schubben, horens der gewervelde dieren. Slechts zelden zijn deelen der huid, haren, veeren en overblijfsels van vleesch en van ingewanden gevonden. De inwendige ruimte van een dier, b. v. het inwendige van eene mosselschelp, van een slakkenhuisje, van een zeeƫgel is dikwijls met harde stoffen gevuld, terwijl de schelpen, huisjes en kalkschalen zelve opgelost en weggespoeld zijn, zoodat zulke dieren dan vertegenwoordigd worden door steenkernen. Ten gevolge van allerlei wijzigingen, die de aardkorst in den loop der tijden heeft ondergaan, zijn ook de fossielen menigmaal zeer onvolkomen en moeilijk te onderzoeken en te bepalen. De beenderen liggen meestal niet meer op hunne natuurlijke plaats, maar zijn ten opzichte van elkaar verschoven en bovendien vaak geschonden en gebroken, en zoo wordt het voor den palaeontoloog dikwijls zeer moeilijk om den goeden vorm en de juiste houding van het fossiel te reconstrueeren. Maar ook zelfs, wanneer het geraamte volledig gevonden en de betrekkelijke ligging der deelen slechts weinig gewijzigd is, heerscht er nog wel eens verschil over de juiste opstelling, gelijk zulks thans nog het geval is met het skelet van den veel besproken Amerikaanschen diplodocus. Van sommige dieren heeft meh tot nog toe slechts enkele beenderen gevonden : zoo is b. v. van den plattand of placodus, een zeehagedis uit de triasformatie, niets anders bekend dan de schedel, en van een buideldier uit diezelfde formatie, waaraan men den naam van microlestes antiquus gegeven heeft, zijn in 1847 bij Stuttgart slechts eenige tanden .ontdekt. Soms kent men van een dier niets anders dan de indruksels zijner pooten : zoo is er b. v. in de triasformatie eene zandsteenlaag, die bekend is onder den naam van bonte zandsteen en vol is van handvormige sporen van voetstappen van een onbekend dier, dat misschien tot de zoogenaamde schrikhagedissen behoord heeft en dat den naam heeft ontvangen van chirotherium of handdier en aan eiken poot 5 teenen moet gehad hebben. De indruksels dezer teenen zijn gevonden bij Hildburghausen en bij Coburg. In Noord-Amerika en wel bij de Connecticut heeft men in eene zandsteenlaag indrukken van regendroppels gevonden, alsmede van vogelvoeten, waarvan de drie teenen 15 centimeter lang waren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's