Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 131

2 minuten leestijd

123 De iguanodon of leguaantand, die waarschijnlijk even goed in het water als op .het land leefde, werd het eerst samengesteld uit beenderen, die in 1832 door GIDEON MANTELL in eene steengroeve te Tilgate Forest bij Horsham ten Z. van Londen in Sussex gevonden werden. Dit dier, dat ook in de krijtformaties van België en van Hannover ontdekt werd, had talrijke tanden in beide kaken en leefde uitsluitend van planten ; het voorste gedeelte van den bek was tandeloos. De achterpooten, waaraan zich 3 teenen bevonden, waren veel langer dan de voorpooten, zoodat het dier waarschijnlijk alleen of hoofdzakelijk op de achterste ledematen liep, ongeveer evenals de tegenwoordige Australische kangoeroe. De beenderen der ledematen waren hol. Eene zeer bekende soort is iguanodon bernissartensis, zoo genoemd naar het Henegouwsche dorp Bernissart in België, waar in het krijt meer dan 20 geraamten gevonden werden. „Zij stonden te diep in het krijt en raakten hun leven zoo kwijt". De fraaiste dezer geraamten, ongeveer 9 meter lang, zijn thans te zien in het museum van natuurlijke historie te Brussel. Uit andere beenderen van de straks genoemde steengroeve stelde MANTELL een dier samen, dat den naam verkreeg van hylaeosaurus of boschhagedis en dat, als de constructie van het beest juist is, 18 meter lang moet geweest zijn. Ook bij dit dier zijn, evenals bij iguanodon, de tanden boven op de kaken geplaatst. Een merkwaardige Amerikaansche iguanodonsoort is de ruwtand of trachodon, waarvan omstreeks het jaar 1900 door J. B. HATCHER in den staat Wyoming een volkomen goed bewaard geraamte gevonden werd, dat in het nationale museum werd opgesteld. Zijn schedel, ruim een meter lang, geleek op dien van een vogel en bezat meer dan 2000 tanden achter in de kaken. De megalosaurus of groote hagedis, waarvan overblijfselen gevonden zijn in de juraformatie van Wurttemberg en Beieren, alsmede in Limburg in de grot van Valkenburg, was zoo hoog als een olifant en bereikte volgens G. CUVIER eene lengte van 15 Meter. De voorpooten waren, evenals bij iguanodon, veel kleiner dan de achterpooten, alle teenen droegen klauwen. De staart was zeer lang en stevig en in den bek bevond zich in iedere kaak eene dubbele rij van zaagvormige tanden. Men heeft nog geen volledig geraamte van dit dier gntdekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's