Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 146

2 minuten leestijd

138 en daarin dikwijls overeind staan. Somtijds smelt zulk eene leem-en-ijsklomp en dan komt het dier geheel ongeschonden, alsof het pas gestorven ware, voor den dag, zoodat ingewanden, vleesch en huid nog geheel gaaf zijn. Dit was b.v. het geval in 1799 aan den mond der Lena, in 1865 aan de Tas, eene rivier die in de Obi-golf uitloopt, en in 1902 ten O. van Sredne-Kolymsk, aan de Beresowka, een rechter zijrivier derKolyma. Alleen het laatste is vrij ongeschonden te St. Petersburg aangekomen; van de beide andere werd het vleesch door beren, wolven en honden opgevreten en de huid grootendeels vernield. In 1806 kon ADAMS van het in 1799 ontdooide dier slechts enkele deelen der huid, een oog, een oor met den daaraan hangenden haarbos, veel los haar en al de beenderen naar de Russische hoofdstad brengen, waar de laatste tot een prachtig geraamte in elkaar zijn gezet. De in 1902 door O. HERZ en E. PFIZENMAYER naar Petersburg overgebrachte mammoet van de Beresowka bevond zich nog bijna geheel gaaf in eene ijsspleet of ijsgrot, die verder met bevroren zand en leem gevuld was. Tusschen de tanden vond men versch voedsel, bestaande uit grassoorten, rietgrassen en andere nog tegenwoordig in noordelijk Siberiƫ groeiende planten. De achterpooten lagen horizontaal onder het lichaam; met de voorpooten had het dier blijkbaar vergeefsche pogingen gedaan om zich omhoog te werken. De kop van dezen mammoet was meer dan half zoo lang als de romp en aan eiken poot bevonden zich vier teenen. Het geheele lichaam was met bruin wollig haar bedekt; aan de wangen, aan de schouders, aan de bovenarmen en aan den buik waren bundels van lange haren aanwezig, die als het ware baarden en manen vormden. Het uiteinde van den staart droeg borstelharen. De punten der nog onontwikkelde slagtanden waren niet naar buiten, maar binnenwaarts gekeerd. Zenuwen, spieren en bloedvaten waren vrij goed bewaard gebleven. Ook in het jaar 1908 is een vrij volledige mammoet gevonden bij de rivier Sangajurach en naar Petersburg vervoerd. Van dit dier hadden de haren aan hals en romp eene lengte van 37 tot 47 centimeter; het haar der ledematen was korter. Bij dit exemplaar was de slurf, die nog aan geen enkel cadaver was waargenomen, bijna volkomen bewaard gebleven. De mammoet is iets grooter dan de Indische olifant en bereikt eene lengte van 5 meter; er zijn slagtanden gevonden die meer dan 3.75 meter

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's