Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51

2 minuten leestijd

43 waarzeggerij- Reeds v(3ór COLUMBI'S bestond er volgens hem eene soort medische en vrij hoogstaande botanische wetenschap, waarvan ook de toovenaars gebruik maakten. Hunne magische operaties kregen de eer der genezing, maar de gebruikte plantaardige stoffen hadden in hunne tooverkracht dezelfde uitwerking als de medicamenten der echte medici. Als het geloof bestaat, dat eene ziekte veroorzaakt wordt door een boozen geest of een geheimzinnigen invloed, is het begrijpelijk, dat de genezing ook gezocht wordt op een geheimzinnige wijze. Dit neemt niet weg, dat onder de „magiciens guérisseurs" echte bedriegers scholen, die zich door het goedgeloovig volkje flink lieten betalen. Moge het geloof aan eene magische kracht in vele planten zeer verklaarbaar zijn bij den natuurmensch en ook bij den meer beschaafden heiden, 't komt ons toch wat vreemd voor, dat bij de christelijke volken in de middeleeuwen het geloof aan tooverij zulke reusachtige afmetingen had aangenomen en dat zelfs in onze verlichte eeuw dit bijgeloof nog voortwoekert. Waarschijnlijk zal dit deels wel een gevolg geweest zijn van de gebrekkige doorwerking van het christendom bij de massale bekeering van de west- en noord-europeesche volken, en deels te wijten zijn aan de onkunde, waarin de groote massa werd opgevoed. De eerste oorzaak bracht mee, dat allerlei heidensche denkbeelden bleven voortleven, al was het vaak in gewijzigden vorm en onder anderen naam, terwijl de onkunde, ook in zaken van het wezen van het christendom, de menschen tot eene gemakkelijke prooi maakte van allerlei bijgeloof. De kerk gaat hierin zeker niet vrij uit. Zij paste zich te veel aan de heidensche toestanden aan: heiligenfeesten werden gevierd op heidensche feestdagen, men plaatste een kruis op heilige boomen, gaf heidensche sagen een christelijken zin. Het volk bleef aan den vorm hangen en het Godsgeloof sloeg om in ongeloof en bijgeloof. „Het geloof aan een duivel zat dieper dan het geloof aan God." Vooral ook de gebrekkige natuurkennis had tengevolge, dat vele dingen, die zeer natuurlijk waren, aan bovennatuurlijke oorzaken werden toegeschreven. De verschillende rampen, die de menschen troffen, werden beschouwd als het directe werk van den duivel, en de geneesmiddelen droegen het karakter daarvan. Deze opvatting lijkt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's