1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
109
Wijl de indruksels der voeten anderhalven meter van elkaar verwijderd zijn, moeten de vogels, waaraan men ze toeschrijft, ongetwijfeld reusachtige afmetingen gehad hebben. Gelijk bekend is, onderscheidt men in de geschiedenis der aardkorst vier perioden. Deze zijn: 1. de aloude geschiedenis of azoïsche periode, ook wel archaeïsche, primordiale of allereerste tijdperk geheeten; 2. de oude geschiedenis of het primaire of eerste tijdvak, ook palaeozoïsche periode of tijdperk der oudste levende wezens genoemd ; 3. de geologische middeleeuwen of middelgeschiedenis, die ook de namen draagt van mesozoïsche periode of tijdperk der middelste levende wezens en van secondaire of tweede tijdvak; 4. de nieuwe geschiedenis, ook genoemd kaenozoïsche periode of tijdperk der nieuwe levende wezens. De vormingen of formaties der allereerste of archaeïsche periode, die hoofdzakelijk uit gneis en graniet bestaan, werden vroeger voor de oorspronkelijke, door vuur gevormde grondgesteenten gehouden en als de gestolde aardkorst beschouwd, waarop al de andere formaties, vooral door medewerking van water, gevormd zijn. Wijl zij geen duidelijke overblijfsels van dieren en planten bevatten, noemde men ze azoïsch of zonder leven. Evenwel is er graphiet of potlood in gevonden, dat voor een verkolingsproduct van wieren gehouden wordt; over het daarin ontdekte eozoön canadense zijn, gelijk boven reeds is opgemerkt, de geleerden het nog oneens. De oude geschiedenis der aardkorst, de geologische oudheid, vroeger het overgangstijdperk geheeten, wijl het den overgang scheen te vormen van het oorspronkelijke grondgesteente tot de duidelijke aardlagen of vlotvormingen, wordt gewoonlijk verdeeld in cambrische of eerste leisteen formatie, silurische formatie of oudere grauwacke, devonische formatie of jongere grauwacke, carbonische of steenkolen formatie, dyas of permische formatie. Men heeft haar ook wel het vegetabilische tijdvak geheeten wegens de buitengewone ontwikkeling, die de plantengroei in dat tijdperk vertoont. De geologische middelgeschiedenis omvat drie formaties, n.l. de trias-, jura- en krijtformatie ; zij wordt wegens den grooten rijkdom van dierlijk leven ook wel animale periode genoemd. De nieuwe geschiedenis der aardkorst omvat twee onderperio-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's