1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109
101 Rest nog deze opvatting: overal in het heelal zijn stelsels als het onze, zoodat verlies van stof en energie gecompenseerd wordt. Is de gemiddelde saamstelling der wereld voortdurend dezelfde geweest, dan moet men, zegt A., ook aannemen, dat er levende wezens bestonden, vóór onze aarde bewoonbaar was. Door de stralingsdruk kunnen de kleinste sporen van bewoonde naar bewoonbare hemellichamen vervoerd worden, al is het door allerlei oorzaken mogelijk, dat de minderheid der sterrenstelsels voor het leven gunstig is. Bij het leven is de ontwikkeling eenzijdig. Sterft door de voortdurende afkoeling het leven op aarde uit, dan kunnen vooraf slechts de kleinste sporen naar een ander lichaam overgebracht; alle hoogere wezens sterven en ze moeten zich opnieuw uit de lagere vormen. Dit is analoog met de ontwikkeling van alle individuen : ze ontwikkelen zich uit één eicel tot het volwassen individu, om daarna geheel te sterven op de kiemcellen na, waar* van enkele nieuwe individuen vormen. J. F. R.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's