Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124

2 minuten leestijd

116

den gevormd, wanneer deze in den grond sloegen. De beiemnieten bezaten, evenals onze tegenwoordige inktvisschen, eene blaas, die inkt bevatte, welke kon worden uitgeperst en dan het water geheel zwart kleurde, waardoor het dier voor zijne vervolgers onzichtbaar werd. De kleurstof onzer inktvisschen is onder den naam sepia algemeen bekend. Merkwaardig is het, dat er ook fossiele sepia van belemnieten gevonden is, die na vermenging met water nog ais inkt gebruikt kon worden ; men beweert zelfs, dat de beroemde paiaeontoloog FRIEDRICH AUGUST vON QuENSTEDT (1809—1889) een hoofdstuk van zijn handboek over de versteenigen met zulke voorhistorische inkt geschreven heeft. Rudisten of hippurieten zijn gezellig levende, horenvormige schelpdieren, die tot de mossels of plaatkieuwige weekdieren gerekend worden en alleen in de krijtformatie voorkomen. In het Z. van Frankrijk vormen zij uitgestrekte riffen of banken, die veel op koraalriffen gelijken en uit een donker gekleurd, hard kalkgesteente bestaan. Verder vindt men ze o. a. aan het Vierwoudstrekenmeer, op den Pilatus, in Wallis, Savoie, Klein-Azië en in Middel-Amerika. De rechter schelp dezer dieren, op een koehoorn gelijkende, was met het onderste gedeelte, de punt, aan eene rots vastgegroeid en werd bedekt door de vrij platte bovenschelp. Eene der voornaamste soorten is hippurites cornuvaccinum of koehoornmossel, die soms een meter lang is en o. a. bij Reichenhall in het Z. O. van Beieren gevonden wordt. Bij het geslacht caprina of geitenmossel zijn beide schelpen spiraalvormig gewonden. Tot de reptilien of kruipende dieren behooren bijna al die wonderlijke gedrochten der secondaire periode, die door de geleerden met den naam van sauriërs bestempeld worden. Men kan ze verdeelen in zeesauriers en in zoetwater- en landsauriers. Het woord sauros beteekent hagedis; we zullen ze daarom ook hagedissen noemen, hoewel zij tevens vele kenmerken bezitten van amphibiën en visschen, ja zelfs van vogels en zoogdieren. Tot de zeesauriers of zeehagedissen behooren de geslachten: belodon of pijltand, of wel nicrosaurus of neckarhagedis en phytosaurus of plantenhagedis geheeten ; teleosaurus of volkomen hagedis ; nothosaurus of bastaardhagedis; plesiosaurus of slanghagedis; ichthyosaurus of vischhagedis; mosasaurus of maashagedis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's