1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 194
186 Maar sinds ik gelezen heb, dat de „zielestof" der kinderen zoo uiterst teer is en zoo spoedig op de vlucht slaat als het kind hard toegesproken of ruw behandeld wordt, zoo dat het kind bijna zeker moet sterven uit gemis aan „zielestof", zie nu begrijp ik den toestand heel anders en ben huiverig geworden voor de gevolgen, die aan mijn goed bedoeld optreden zouden toegeschreven kunnen worden. Men kan den Javaan liefhebben en hem toch dikwijls onuitstaanbaar vinden. Dit ligt dikwijls juist iian die ongelukkige animistische begrippen, die voor hen volkomen duidelijk maken, wat voor ons geheel onzinnig en onredelijk schijnt. Zeiden ze het er nu maar telkens bij, dat dit volgens hun begrippen zoo moet zijn, dan had men er nog eerder vrede mee. Maar juist, waar ze zelven dikwijls niet meer weten het verband der dingen of den oorsprong van 't gebruik, maken ze zoo licht den boven geschetsten indruk van ondraaglijke koppigheid, juist daarom zoo ondragelijk omdat het bovendien gepaard gaat met aller nederigste en meegaandste manieren. Noemde ik studie van het animisme noodig om den Javaan te leeren verstaan en verdragen, er is nog een reden, waarom de onderstelde wondergaven der doekoens en toovenaars wel eens grondig bestudeerd mogen worden door de miss. artsen en wel tot voorlichting van de miss. Dienaren des Woords en om door gezamelijke studie en overleg tot een eindconclusie te kunnen komen. Het is mij nu ook weer alleen om het voorbeeld te doen, tot toelichting van mijn betoog. Daarom over deze zaak slechts een enkel woord, daar een grondige behandeling van de zaak 7.elve ons nu veel te ver zou voeren. Men weet, waar het over gaat. De doeken, hadji, kluizenaar of toovenaar beoefent de goena of stille kracht. Wil ik mijn vijand leed bezorgen zonder tot een daad de toevlucht te nemen, die mij met den strafrechter in aanraking zou brengen, dan ga ik naar zoo iemand toe en breng hem een portret of iets dergelijks van het slachtoffer. De man verricht den noodigen hocus pocus en steekt dan met een naald in het portret, spuwt er sirih uitkauwsel op of iets dergelijks. Het slachtoffer wordt nu op onnaspeurlijke wijze juist zoo gewond en wel onophoudelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's