1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 73
65 schapsgraad) en construeerde zijn z. g. n. Sippschaftstafeln, waarin een viertal stamboomen op eigenaardige wijze vereenigd zijn; aan de vier einden van een kruis plaatste hij de vier paren overgrootouders, terwijl de persoon, op wien de tafel betrekking heeft, in het centrum werd gezet. De Sippschaftstafel, die ook beschouwd kan worden als eene combinatie van een Ahnentafel met vier stamboomen, omvat behalve de ascendenten tot en met de overgrootouders ook de neven en nichten, de ooms en tantes, de neven en nichten der ouders en de oudooms en oudtantes. CRZELLITZER meent hiermede de geheele maagschap, „die gesammte Sippschaft", d. w. z. dat deel der bloedverwanten, waarmede men zich naar de zeden des volks en naar het familiebesef verwant voelt, omgrensd te hebben. Op de vraag waarom hij de vroegere generaties der ascendenten buiten beschouwing laat, wijst hij terloops op de zeergroote moeilijkheden, welke verbonden zouden zijn aan het voorstellen van nog meer generaties op één tafel. Hij merkt voorts op, dat een dieper indringen in het verleden toch doorgaans vruchteloos is omdat meestal van de oudere generaties niets bekend is en dat bovendien in het algemeen slechts weinig gevallen van pathologische overerving hooger opklimmen. Ook de beperking tot de boven aangegeven descendenten der ascendenten motiveert CRZELLITZER met de opmerking, dat latere generaties in het algemeen niet als bloedverwanten gelden en dat de tafel zoo weinig overzichtelijk zou geworden zijn wanneer nog meer generaties waren meegerekend. Het streven van CRZELLITZER om de geheele familie op één tabel overzichtelijk voor te stellen verdient onze waardeering, maar het resultaat kan mij niet bevredigen. Niet zoozeer omdat de collateralen van den hoofdpersoon, zoomede zijne en hunne kinderen, welke iedereen wel degelijk tot zijne familie rekent, bij CRZELLITZER niet tot hun recht komen — die leemte zou wellicht aangevuld kunnen worden — als wel hierom, dat de methodiek van CRZELLITZER ons in den steek laat wanneer wij in families, waarvan vele generaties nauwkeurig bekend zijn, den kring wijder zouden willen trekken dan CRZELLITZER deed; zij mist de noodige elasticiteit, welke wij bij eene methodiek, welke algemeen gangbaar moet zijn, verlangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's