1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126
118 rugwervels, 2 lendenwervels en 40 staartwervels. Belangrijke soorten zijn de lepelhagedis of mystriosaurus bollensis en de echte zeehagedis of pelagosaurus typus, die beide in de Zwabische Jura of Rauhe Alb gevonden zijn. De nothosaurus of bastaardhagedis behoort, evenals de slanghagedis en de vischhagedis, tot de uitgestorven orde der enaliosaurii of zeedraken. Dit waren groote hagedisachtige zeedieren met een langen snuit, met talrijke kegelvormige tanden, met dubbelholle wervels, met een leerachtige ongepantserde huid en met vier vinvormige pooten, waarvan de vingers uit talrijke kootjes bestonden. Een borstbeen ontbreekt bij de zeedraken gewoonlijk. Van den nothosaurus zijn in de triastormatie van Wurttemberg eenige schedels, eenige andere beenderen en een bijna volledig geraamte gevonden. De kop is betrekkelijk kort en dun, de tanden staan in afzonderlijke tandkassen, het aantal halswervels bedraagt op zijn minst twintig. Aan den gedrongen romp zit een lange en krachtige staart; de vier pooten zijn roeipooten, doch schijnen het dier ook in staat gesteld te hebben tot loopen. Bekende soorten van dit geslacht zijn de 5 meter lange nothosaurus aduncidens en de ruim 3 meter lange nothosaurus mirabilis. Een vreemdsoortig monster, een hagedis met een zwanenhals was de plesiosaurus of nabuurhagedis, gewoonlijk slanghagedis geheeten. Bij Lyme Regis aan de zuidkust van Engeland in Dorsetshire zijn volledige geraamten van den plesiosaurus gevonden ; ook Wurttemberg heeft een geheel skelet van dit dier der juraformatie opgeleverd, dat thans te Berlijn is. De betrekkelijk kleine kop, wiens lengte ongeveer het 13de gedeelte bedraagt van die van het geheele dier, vertoont twee ver naar achteren gelegen neusgaten en een aantal scherpe tanden. De hals doet denken aan dien van een zwaan, van eene slang of van een giraffe, is bijna tweemaal zoo lang als de romp en bestaat soms uit 40 wervels. De staart van dit 5 meter lange zeegedrocht, dat ook op Nieuw-Zeeland en in zeer talrijke exemplaren in den Noord-Amerikaanschen staat Zuid-Dakotah gevonden werd, is ongeveer even lang als de romp. De vier ledematen zijn lange smalle roeivinnen of vinpooten, ieder met 5 uit vele kootjes bestaande vingers, zoodat het dier ontwijfeld een zeer behendig zwemmer moet zijn geweest. Een paar belangrijke soorten van dit geslacht zijn plesiosaurus dolichodeirus of langhalzige of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's