1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 168
160 gewone praktiseerende geneesheeren, artsen in dienst der lijdende menschheid. Willen we nu onderzoeken of een miss. arts niet anders is dan een geloovig arts, die op het zendingsterrein werkt, of wel iemand die een eigen naam noodig heeft ter kenschetsing van zijn eigen standpunt en werkkring, dan wordt ons dit het best duidelijk uit vergelijking met andere categoriën van artsen als bovengenoemd. Hoe staat het bijvoorbeeld met den „militairenarts?" Is dat een gewoon burger geneeskundige in al zijn doen en laten, doch op een goeden dag in een uniform gestoken en belast met de verzorging van zieke en gewonde soldaten ? Of wel moet hij zich zijn titel waardig maken door exerceeren en op schildwacht staan ; moet hij een kanon kunnen richten of wellicht af en toe ook eens probeeren een „kwaadwillige neer te leggen" door een welgemikt schot ? Noch het een, noch het ander. 't Eerste is niet genoeg, 't laatste is teveel. Hij mag niet gaan vrijbuiten op het terrein der troepen-officieren, maar ook is hij er niet van af, als hij zijn zieken maar goed behandelt. Wat is dan zijn eigen onderscheidene roeping ? Wel, hij is in dienst van het Leger en dit moet hij steeds voor oogen houden en dit drukt een eigen stempel op al zijn doen en laten. Zoo moet al zijn studie er op gericht zijn om te kunnen zorgen voor de werving en instandhouding van een krachtig leger. Hij moet dus niet alleen studie maken van de oorlogschirurgie, d.i. de leer der geschoten wonden, eerste hulp te velde, inrichting van ambulance, transport van gewonden en al zulke dingen, waar een gewoon arts nooit mee te maken heeft. Neen, hij moet ook de leger-ziekten bestudeeren en trachten te voorkomen. Daartoe dient' de studie der leger-hygiëne, als daar is het inrichten van gezonde kazernes en kampementen, doelmatige voeding en kleeding te velde, zorg voor goed drinkwater, latrines enz. enz. Ten slotte moet hij ook zorgen, zelf goed mee te kunnen, desnoods te paard, en eindelijk, maar dat komt heel achteraan, alleen in geval van nood, moet hij zich kunnen verdedigen en zelfs het commando overnemen, als er absoluut geen troepen-officieren meer beschikbaar mochten zijn. .Houdt hij dit alles goed voor oogen, dan zal hij ook zijn tijd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's