Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 129

2 minuten leestijd

121 pooten had en whelks voorpooten van zwenivliezen voorzien waren. De kop vertoonde een stompen snuit en een bek met een groot aantal scherpe, samengedrukte tanden ; het aantal wervels bedroeg meer dan 130 en het lichaam eindigde in een langen roeistaart. De naam is ontleend aan het feit, dat de eerste fossiele overblijfselen van dit dier in het dal der Maas gevonden zijn. In 1780 ontdekte de garnizoensgeneesheer HOFMANN te Maastricht in de steengroeven der krijtformatie van den St. Pietersberg een schedel, die eene lengte bezat van meer dan een meter. Met opoffering van veel moeite en tijd gelukte het hem, den schedel uit het tufkrijt los te maken en mee naar huis te nemen. Eigenaar der steengroeve was de canonicus GODIN. Deze misgunde aan HOFMANN het bezit van zulk een kostbaren dierenschedel en kwam weldra op grond eener gerechtelijke uitspraak in het bezit van het kostbare fossiel, dat hij in zijne woning te St. Pieter in eene glazen kast plaatste. Toen in 1795 Fransche troepen naderden en Maastricht binnenrukten, werd het huis GODIN op in 't oogvallende wijze ontzien. Deze verbergde daarom, nadat Maastricht aan Frankrijk was afgestaan, den schedel ergens in de vesting, wijl hij, en zeer terecht, vermoedde, dat het fossiel eene groote wetenschappelijke waarde bezat en men te Parijs wel alle moeite zou doen, om het in handen te krijgen. Zijne vrees bleek niet ongegrond. De volksrepresentant FREICINE beloofde 600 flesschen wijn aan den vinder of de vinders van den schedel, en reeds den volgenden dag brachten twaalf Fransche soldaten het fossiel, dat nu naar Parijs gezonden werd en zich daar nog bevindt. Door den genialen geleerde GEORGES CUVIER (1769—1832) werd het nauwkeurig onderzocht en ontving van hem den naam van mosasaurus hofmanni, d.i. HOFMANN'S Maashagedis. GODIN kreeg later eene schadevergoeding in geld ; HOFMANN moest zich tevreden stellen met de hem door CUVIER bewezen eer. In de 19de eeuw werd in den Pietersberg een bijna volledig geraamte van den mosasaurus ontdekt, dat ook voor ons land verloren gegaan is en zich thans te Brussel bevindt. Ook in de krijtformaties van Noord-Amerika werden door MAX VON NEUWIED en anderen overblijfsels van den mosasaurus gevonden, met name in de staten New- Jersey, Alabama en Kansas. Een der meest bekende Amerikaansche soorten is mosasaurus maximiliani. 9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's