Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 144

2 minuten leestijd

136

van megalonyx zijn gevonden in den staat Virginia, in het dal der Mississippi en op Cuba; waarschijnlijk is het eerst na de diluviale periode, in historischen tijd uitgestorven. Glyptodon of graveertand was een reusachtig gordeldier of armadil, dat de kolossale lengte van 3 meter en eene hoogte van 1.6 meter bereikte. Evenals een schildpad bezaten de glyptodons een zeer gewelfd rugschild en een plat borstschild ; zij geleken derhalve veel op zeer groote landschildpadden en zouden daarom wel den naam kunnen dragen van schildpadzoogdieren. De teenen der vier pooten waren van hoeven voorzien. Overblijfsels van deze dieren werden in 1832 door C. R. DARWIN in Uruguay en in 1844 door den Deen P. W. LUND in eenige holen bij Lagoa Santa in de Braziliaansche provincie Minas Geraes gevonden ; in de laatstgenoemde holen bevonden zich ook menschenbeenderen. Door S. AMEGHINO werden bij Mercedes in het midden van Argentina zeer groote rugpantsers van glyptodon clavipes ontdekt, waaronder zeer waarschijnlijk vroeger menschen gewoond moeten hebben. In het jaar 1905 werden door R. SCHULLER aan de oevers der Yapejoe en der Rio del Sauce, zijtakken der Uruguay, groote hoeveelheden beenderen van dit dier, waaronder vele volledige geraamten, gevonden. Ook tal van mastodongeraamten kwamen bij het opgraven te voorschijn. Zeer waarschijnlijk zijn de glyptodons eerst lang na den diluvialen tijd uitgestorven. In 1900 werden door HAUTHAL in het achterste gedeelte der Eberhardt-grot in het Z. O. van Patagonië schedels, beenderen, stukken huid met haar, alsmede uitwerpselen gevonden van een tandeloos dier, dat op een miereneter of luiaard moet geleken hebben, doch de grootte had van een beer. Het ontving den naam van Darwin's klauwdier of grypotherium darwini, werd waarschijnlijk door de vroegere bewoners als huisdier gehouden en eerst in historischen tijd uitgeroeid. Van de diluviale roofdieren noemen we hier slechts den holenbeer of ursus speleaus, de holenhyaena of hyaena spelaeaenden holenleeuw of holentijger of felis spelaea, die als tijdgenooten van den inensch der oudere steenperiode algemeen bekend zijn ') en slechts weinig verschillen van hunne hedendaagsche naamgenooten. 1) Zie mijn „Na dtn vloed". Leiden, ü. Doiuicr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's

1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's