1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
100 dat de afkoeling sterker is dan de verwarming. Natuurlijk zal door de groote uitzetting de buitenlaag der nevels spoedig botsen met zwaardere hemellichamen, wier grooter zwaartekracht ze aantrekt. Slechts de snelst bewegende moleculen, d. z. de warmste, zullen echter overgaan, de koudere blijven in den nevel, 't Gevolg is : de nevel verliest warmte en zijn dichtheid neemt af, daar uit het midden van den nevel steeds nieuwe moleculen naar den omtrek gaan en verdwijnen. De ontwikkeling verloopt hier dus niet eenzijdig om in een warmtedood te eindigen, maar we hebben hier het omgekeerde proces, dat afwisselt met het gewone, zoodat de cosmos onbeperklen tijd kan bestaan in den tegenwoordigen vorm. Noodig is daarvoor, dat de nevels eene enorme afmeting hebben. A. komt door berekening tot de slotsom, dat hun absorbeerend oppervlak 100 mill, maal grooter is dan de oppervlakte der sterren. Alleen door die groote uitgestrektheid is het mogelijk, dat het warmteverlies der meer gecondenseerde hemellichamen wordt gecompenseerd. De nevels dienen verder als ophoopingsplaatsen van het cosmisch stof, dat de zonnen uitdrijven. Dit stof komt samen tot massa's, waarop gassen verdichten, en uit zulke massa's krijgt men ten slotte nieuwe sterren. Bij vele sterren kan men dit proces in gang zien. Omgekeerd ontstaan uit de sterren weer nevels : uit het spectrum van nieuwe sterren blijkt dit. De vorming van nieuwe sterren is vooral te danken aan botsing van verdichte hemellichamen. Hierbij moet in de eerste plaats gerekend worden met het groot aantal onzichtbare, donkere sterren. In de melkweg en de nevels, waar deze hemellichamen het talrijkst zijn, treden nieuwe sterren ook het vaakst op. Stralingsdruk, die stof van de sterren wegzendt en het verdwijnen van de snelste moleculen uit de gasnevels zijn voor A. twee belangrijke factoren om het evenwicht in stand te houden, al ontkent hij niet, dat er nog andere, onbekende factoren kunnen zijn. Men kan volgens A. ook niet aannemen, dat energie voor goed verloren gaat in de aetherzee buiten ons sterrensysteem ; hij acht het bestaan van ons sterrenstelsel in een aethereiland te midden van de aetherleege ruimte niet best te vereenigen met onze voorstelling van den aether.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's