1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150
142 richten der Toengoezen zouden vroeger in hun land geduchte zwarte stieren van schrikwekkende grootte geleefd hebben, die zulk een grooten hoorn midden op den kop hadden, dat ereene slede noodig was om dien hoorn te vervoeren". Van de uitgestorven herten, die in den diluvialen tijd leefden, is het belangrijkste en misschien ook wel het grootste het reuzenhert, waaraan G. CUVIER den naam gaf van cervus euryceros of breedhoornige hert en dat door R. OWEN megaceros hibernicus of groothoornige lersche hert genoemd werd. Reeds de Itaii' aansche dierkundige ULISSE ALDROVANDI (1522—1605) maakt er melding van. Vele beenderen, geweien en volledige geraamten van dit hert, dat een gewei bezat, hetwelk op dat van een eland geleek en waarvan de uiterste punten 3.5 meter van elkaar verwijderd waren, zijn in de zeeschelplagen en vooral in de venen van Ierland gevonden; een zeer fraai exemplaar bevindt zich in het museum van nat. hist, te Londen. Ook in Duitschland, met name in het Neckardal heeft men vele overblijfsels van dit hert ontdekt. Hoektanden ontbreken bij dit dier geheel. Van de hoeven tot aan de hoogste punt van het gewei is het meer dan 3 meter hoog. Op het vaste land van Europa zou het laatste reuzenhert in 764 n. Chr. bij Ellwangen in Wurttemberg gedood zijn en in Ierland zou het dier nog in de 12-de eeuw geleefd hebben. Van het siwatherium of sivatherium of dier van Siwa, zoo genoemd naar een van de goden der Hindoes, werd een kop van een meter lengte gevonden door HUGH FALCONER (1809—1865) in de jongste tertiaire vormingen der Sivalikheuvels aan den zuidvoet van het Himalaya gebergte ten N. van Delhi. Sivatherium was een hert met 4 horens en meer dan anderhalf maal zoo hoog en zoo lang als een paard. De beide achterste horens vormden een gewei dat, evenals het gewei van den eland, zeer breed en zwaar was. *
Van een groot aantal uitgestorven dieren der quartaire periode vindt men de overblijfselen niet of slechts zelden in het diluvium, maar bijna uitsluitend in de jongste of alluviale vormingen. Zulke dieren zijn tijdens de heerschappij van den mensch en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's