1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44
veel op de opvatting der heidenen, die ziekte enz. ook vaak aan daemonische invloeden toeschrijven. Schijnbaar was die opvatting in overeenstemming met de leer der apostelen, ook de aangewende geneeswijze. Immers de ziekte is een gevolg der zonde, maar elke ziekte werd nu ten onrechte vaak aan bepaalde zonden geweten, ook op grond van bijbelteksten (b. v. Mattheus 9 : 2 ; Joh. 5 : 14). Voor de bestrijding was goddelijke genade noodig (de gave der gezondmaking, 1 Cor. 12). In navolging van Jezus werd daarom krankheid ook niet bestreden met stoffelijke middelen, maar door gebed, door het opleggen der handen, en door zalving met olie naar het woord van den apostel Jacobus (Jac. 5 : 14 etc). Was deze geestelijke bestrijding de vrucht van een krachtig geloof om den strijd aan te binden tegen de geestelijke boosheden, waartegen wij strijd te voeren hebben, dan was er niet zoo groot gevaar geweest, maar het bleek, dat men vaak te doen had met eene heidensche gewoonte in christelijk gewaad gestoken. Wat moet men anders denken van het geijkt gebruik van allerlei bijbelteksten, van den naam Jezus, van het Onze Vader, van het kruisteeken, de kruiswoorden, het besprengen met wijwater. Moge voor de geestelijken het gebruik dezer middelen meer dan een vorm geweest zijn, voor het gros der leeken had dit veel overeenkomst met de tooverformules en manipulaties der heidensche magie. De krachtige werking, die werd toegeschreven aan amuletten, b. v. aan een agnus dei, aan de besprenging met wijwater en aan de reliquieën der heiligen, was wel geschikt om de menschen te doen gelooven aan bovennatuurlijke werkingen, maar maakte hen ook rijp voor het geloof aan allerlei tooverij. En niet slechts de leeken gingen hierbij buiten het spoor. De synode te Paderborn stelde nog vast, dat ieder, die door den duivel verblind, evenals de heidenen geloofde, dat iemand een heks kon zijn en ze daarom verbrandt, met den dood moest gestraft. De oude heidensche magie werd toen nog beschouwd als een werk des duivels. Later kwam hierin verandering en liet de CLERUS toe, dat heksenprocessen werden gehouden. Aan de heksen werden allerlei daemonische werkingen toegeschreven : ze maakten den echt onvruchtbaar, veroorzaakten storingen in de lucht, maakten wind en bliksem, betooverden iemand door hun blik of adem, veranderden iemands geslacht, reden door de lucht. Zij zouden zich bij hunne operaties ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's