1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 230
222
den miss. arts noodzaken, voldoende aanleiding zijn om hem te stempelen tot een man met eigen taak, een eigen verantwoordelijkheid en dus ook een eigen naam behoevende, tot onderscheiding van anderen. Ik woonde het eens bij, dat een jong officier van gezondheid op eenige vermaningen van zijn chef de schouders ophaalde, de handpalmen naar voren gedraaid, en met een August-den-domme gezicht antwoordde : „Majoor, zegt u maar precies hoe of u het hebben wilt, mij is het precies eender". Ik meen niet dat dit de ware opvatting was. Evenmin meen ik, dat wij op zendingsgebied met zulk een gewillig mannetje ver zouden komen. Een man van karakter leent zich niet tot alles wat van hem geëischt wordt, doch wenscht zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen, daarbij voorgelicht door eigen studie en door het advies der broederen. Omgekeerd moet de miss. arts evenmin een „macht" willen willen worden op het terrein der Zending, leder beperke zich tot zijn eigen taak en heeft daarin genoeg te doen, zoodat er geen aanleiding is om zich met eens anders doen te gaan bemoeien. Dit is de normale toestand. Dat een miss. arts die zelfstandig vooruitgaat, pionierswerk doende op een onontgonnen terrein, natuurlijk zich niet kan beperken tot wat des dokters is, heb ik vroeger reeds uiteengezet. Het zou me niet verwonderen als men dit schrijven uit de hand legde met de opmerking, dat er toch iets onbevredigends overblijft na de lezing. Dat iemand zou zeggen : „Ja, in die stellingen over 't algemeen en de toelichting ervan, kan ik mij vrij wel vinden, 't Is alles vrij logisch en in principe zal het met onzen medischen hulpdienst dien kant wel uit moeten. Maar toch ik mis nog iets. 't Is nog alles te koud en te dor. Ik zou wel lust hebben om miss. arts te worden in dien trant zooals 't daar beschreven wordt, maar ik zou toch niet zoo geheel en al in den arts willen opgaan. Mij stellen in dienst der Zending. — Goed. — Niet den Zendeling willen uithangen. — Accoord. — Maar toch, ook zonder dit laatste te willen, zou ik mij toch niet gaarne buiten het geestelijk deel van het werk willen geplaatst zien". Welnu broeder, collega, aanstaand, praktiseerend of rustend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's