1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 155
149 abri de Mège geheeten, waar men eenige zonderlinge menschelijke figuren op den rotswand vond geteekend. Zij schijnen jagers te moeten voorstellen die zich met dierenvellen hebben omhangen, ten einde in deze vermomming wilde dieren te verschalken. Deze niet fraaie teekeningen hebben wel iets van die, welke door Boschjesmannen in de Kalahari woestijn op rotsen en in holen vervaardigd zijn of van de teekeningen der Papoea's op Nieuwguinea en Nieuwcaledonië. In 1907 schreef Edouard Piette over al deze dingen een belangrijk boek dat tot titel heeft „l'Art pendant l'age du renne." Er zijn ook teekeningen in de open lucht op rotswanden gevonden ; zoo b.v. vond men in 1908 roode herten op de rots van Cogul in Arragonië en op die van Calapata in Catalonië. Op de rots van Marsoulas zijn negen vrouwen afgebeeld die dansen rondom een mannelijk afgodsbeeld. De vrouwen hebben hangborsten en zijn met klokvormige rokjes bekleed. Eene merkwaardige steatopyge vrouwenfiguur van ivoor vond Szombathy in 1911 in eene loslaag bij Willendorf; men noemt haar de Venus van Willendorf. Hugo Obermaier en H. Breuil onderzochten in 1912 de grotten van Castillo, Hornas de la Pena en Val. Zij ontdekten eenige wandschilderingen en ook beenderen van het rendier, dat tot dien tijd toe nog niet in Spanje was aangetroffen. In 1912 zijn ook in Engeland wandschilderingen in holen ontdekt en wel door den Franschman H. Breuil en den Engelschen hoogleeraar Sollas. Deze beide archaeoiogen onderzochten de grotten van Paviland op het Gower-schiereiland in het Z. van Wales aan het kanaal van Bristol, waarin reeds in 1823 palaeolithische werktuigen waren gevonden, en ontdekten o.a. in Bacon's hole onder druipsteenlagen roode muurteekeningen, die ongetwijfeld uit de oudere steenperiode afkomstig zijn en eenige overeenkomst vertoonen met de teekeningen in de grotten van zuidelijk Frankrijk. De bloeiperiode der palaeolithische kunst die vooral in het Z. van Frankrijk hare hoogste ontwikkeling bereikte en waarvan wij hier het een en ander hebben meegedeeld, is voorzeker een der meest verrassende resultaten van het praehistorisch onderzoek. Merkwaardig is het ook, dat in de jongere steenperiode die weldra aanbrak en waarin de steenen werktuigen geslepen en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's