1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159
153 Het jaar 1908 leverde nog een voorhistorischen mensch op. Eenige beenderen van een 1.6 meter langen ouden man en wel de verbrokkelde schedel met de onderkaak, eenige wervels en eenige beenderen der ledematen werden door drie Franschen nl. door A. Bouyssonie, J. Bouyssonie en L. Bardon gevonden in een kalkgrot te La Chapelle-aux-Saints in het departement Corrèze. De schedel, gereconstrueerd, bleek in grootte zelfs de grootste der hedendaagsche schedels te overtreffen ; hij is 208 millimeter lang en 156 millimeter breed en bevindt zich thans te Parijs. De hersenhoeveelheid van dezen „homo chapellensis" zou wel 1600 kub. centimeter hebben bedragen. De mensch van La Chapelle is hier klaarblijkelijk begraven ; het hoofd rustte op een steenkussen, de rechterhand was aan 't gelaat, de linkerarm was ver zijwaarts uitgestrekt en de beenen waren opgetrokken. Wijl de herstelde schedel eenige overeenkomst vertoont met dien van het Neanderdal en niet die van Spy, schrijft men den „homo chapellensis" niettegenstaande zijn grooten schedelinhoud weinig verstandelijke vermogens en eene rudimentaire spraak toe. Uit overblijfsels van dierenbeenderen o.a. van neushorens, rendieren en oerossen en uit vuursteenen werktuigen die in dezelfde grot voorkwamen, leidt de Fransche[archaeoloog Marcellin Boule af dat de grotmensch van La Chapelle-aux-Saints in de eerste helft der oudere steenperiode moet geleefd hebben en wel kort voor den hoofdijstijd in de moustérien-periode van G. de Mortillet. Nog niet zoo lang geleden hechtte men veel aan de grootte, aan het volumen van den schedel en beweerde men, dat een grooter schedelinhoud in 't algemeen gepaard ging met een grootere mate van verstandelijke vermogens. Al moge nu ook gebleken zijn dat de stelling: hoe meer hersenen hoe meer verstand, onhoudbaar is en dikwijls op een dwaalspoor heeft gevoerd, daaruit volgt toch nog niet dat de schedelcapaciteit in 't geheel van geen belang meer is, wanneer het er op aankomt om den vermoedelijken ontwikkelingsgraad te beoordeelen van een persoon, b.v. van een fossielen mensch, waarvan men niets anders meer bezit dan een geraamte of een gedeelte daarvan. Het blijft immers waar dat het hersengewicht van den beschaafden Europeaan gemiddeld 1362 gram en dat van den gorilla volgens den Franschen anthropoloog Paul Topinard (geb. 1830) 475 gram bedraagt. Een groote schedelinhoud zooals in het hier besproken geval Orgaan *
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's