Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42

2 minuten leestijd

34 te bewijzen, dat het proces in het corticale centrum nog volkomen evenredig is met den prikkel in het periphere zintuig. EBBINGHAUS noemt deze opvatting niet alleen volkomen willekeurig, maar bovendien ook zeer onwaarschijnlijk. Een steun voor zijne verklaring zocht FECHNER in het verschijnsel, dat sommige prikkels niet tot bepaalde gewaarwordingen aanleiding geven. Eenerzijds kwam hiermede overeen, dat aan de eenheid van prikkel de intensiteit van gewaarwording nul zou beantwoorden, maar anderzijds moest men dan aannemen het ontstaan van gewaarwordingen met negatieve intensiteit en daarvoor gaf FECHNER ten slotte een zeer gedwongen verklaring. Veeleer laat zich denken, dat dikwijls de uitwendige prikkel te zwak is, om zich naar de hersenschors voort te planten en dat daarom het nerveuze proces onderweg blijft steken, zoodat geen gewaarwording tot stand kan komen. Ook zonder deze psychophysische verklaring laat zich dit verschijnsel dus zeer wel verklaren. Volgens FECHNER moest de wet van WEBER vrij wel onvoorwaardelijk aangenomen worden en de afwijkingen, die door het experiment ontdekt werden, beschouwde hij als bijkomstig en toevallig. Toch werd het getal dezer afwijkingen bij de verschillende zintuigen zoo groot, dat men wel genoodzaakt was de logarithmen-verhouding te beschouwen als eene benaderende waarde. Het zou trouwens wel wat al te wonderlijk zijn, dat tusschen de stoffelijke prikkeling en de geestelijke gewaarwording zulk eene eenvoudige algebraïsche verhouding zou bestaan, die met wiskundige zekerheid dooreen logarithme-cijferzou uitgedrukt kunnen worden. Tegen de psychophysische verklaring van de wet, zooals deze door FECHNER werd verdedigd, bestaan dan ook inderdaad overwegende bezwaren; men kan moeilijk aannemen, dat zich het geestelijke verschijnsel in de gewaarwording en het stoffelijke proces in den prikkel, die zich naar het corticale centrum heeft voortgeplant, als een logarithme tot elkander zouden verhouden. Het zijn dan ook twee andere verklaringen, die thans om den voorrang met elkander strijden. De eene verklaring zoekt het hoofdpunt in de psychologische zijde en wordt daarom de psychologische verklaring genoemd : de andere begint juist aan de andere zijde en is bekend als de physiologische verklaring. In

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's