1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 35
27
algemeen wel kan aannemen, dat de gewaarwording sterker wordt naarmate de prikkel sterker is, zoodat er dus altijd eene zekere evenredigheid tusschen beiden bestaat. Het komt er echter op aan precies te bepalen, waarin deze evenredigheid bestaat en nu is de groote moeilijkheid, dat men wel kan zeggen, dat de eene gewaarwording sterker is dan de andere, maar niet hoeveel. Men kan wel bepalen of de intensiteit van twee gewaarwordingen gelijk is en hiervan inzonderheid heeft men gebruik gemaakt bij de experimenteele onderzoekingen. Daardoor zou men kunnen vaststellen, dat de toename van de intensiteit der gewaarwordingen aan elkander gelijk zijn als de verhouding der prikkels maar dezelfde blijft. Men kan echter moeilijk aannemen, dat de sterkte van de ééne gewaarwording zoovele malen grooter of kleiner is dan die van de andere. Indien eene gewaarwording sterker of zwakker is, dan wil dit nog niet zeggen, dat zij een veelvoud of een breukdeel is van eene andere. Heeft men een gewaarwording van een sterken druk, dan ligt daarin nog niet van zelf opgesloten die van een zwakken druk. Het blijkt duidelijk bij den temperatuurzin, dat het gevoel van koude altijd iets anders is als dat van warmte. Al voert een bepaald meervoud of een zeker gedeelte van een prikkel van de eene gewaarwording naar de andere, dan wil dit daarom niet zeggen, dat daarbij tusschen de gewaarwordingen ook dezelfde verhouding blijft bestaan. Het zou zeer wel mogelijk zijn, dat de aard van de gewaarwording daarbij eene geheele verandering onderging, zooals bij koude en warmte reeds duidelijk het geval is. Ook wat de extensieve zijde der gewaarwording betreft, heeft men met allerlei moeilijkheden te doen, die niet gemakkelijk zijn te overwinnen. Een paar voorbeelden mogen strekken om hierop nader de aandacht te vestigen. Indien men de gewaarwording heeft van een stok, die 1 meter lang is, dan bestaat zulk een gewaarwording b.v. niet uit duizendmaal de gewaarwording van een millimeter. Evenmin kan men beweren, dat de gewaarwording van een minuut zestigmaal de gewaarwording van een seconde in zich bevat. Het is dus duidelijk, dat er wel ernstige bezwaren bestaan tegen de opvatting, dat de eene gewaarwording als een meervoud of een breukdeel van de andere kan beschouwd worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's