1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158
152 heidelbergensis", houdt hem voor verwant aan den mensch uit het Neanderdal. Ludwig Reinhardt ziet er een wezen zonder spraak, den „homo alalus" van Ernst Haeckel in en beweert dat dit individu nog meer aap dan mensch was en reeds voor ongeveer anderhalf millioen jaren leefde. \n het volgend jaar 1908 werden door den Zwitser Otto Hauser én den Duitscher Hermann Klaatsch in het dal der Vézère dat reeds zoo vele merkwaardigheden uit den palaeolithischen tijd had opgeleverd, en wel in eene geheel ongeschonden grot bij Le Moustier een geheel menschelijk geraamte ontdekt, dat eene lengte had van 1.5 meter en welks bezitter den leeftijd van 18 jaren moet bereikt hebben. Het lag op de rechterzijde met den rechter elleboog onder de wang en met de rechterhand aan het achterhoofd. Het hoofd en de arm rustten op vuursteenen, Een paar steenen werktuigen en talrijke beenderen van den oeros lagen bij het geraamte, dat hier blijkbaar begraven is. Alleen de schedel, die zich thans in het museum voor volkenkunde te Berlijn bevindt, kon gered worden; al de overige beenderen vielen tot stof uiteen. Wel verbrokkelde ook de schedel in honderden stukken, doch deze konden door Klaatsch weer tot een geheel samengevoegd worden. Na de herstelling paste de onderkaak er echter niet goed bij ; daarom is de schedel reeds eenige malen gebroken en gereconstrueerd. Men meent dat het geraamte dagteekent uit den voorlaatsten tusschenijstijd. De „homo moustierensis hauseri" bezat bijna geene kin, doch het schedelvolumen was even groot als dat van den hedendaagschen Kaukasier. Toch meent Klaatsch dal deze mensch weinig hersens en een zeer onontwikkeld spraakvermogen bezat, eigenlijk nog niet rechtop heeft kunnen loopen en veel overeenkomst had met de menschen van het Neanderdal en van de grot van Spy. Daarom beschouwt hij deze vondst als een nieuw bewijs voor zijne meening, dat er in den diluvialen tijd in Europa een zeer onontwikkeld menschenras zou geleefd hebben, dat hij het Neanderdalras noemt en dat zeer veel zou hebben geleken op de hedendaagsche inboorlingen van Nieuwholland. Ludwig Reinhardt beweert alweer dat het hier besproken geraamte 400.000 jaren oud zou zijn. Wie zal het narekenen? Hans Pohlig houdt het voor zeer goed mogelijk dat dit geraamte niet eens praehistorisch is, maar eerst in den historischen tijd daar is begraven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's