Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121

2 minuten leestijd

115 tingen der roode bloedlichaampjes op zijn nauwkeurigst in micra te kunnen uitdrukken. Ook is het niet mijne bedoeling hier de algemeene eischen nauwkeurig te gaan formuleeren, waaraan de physiologische methodiek moet voldoen. Iedereen weet, dat eene methode van onderzoek steeds dezelfde resultaten onder gelijke omstandigheden moet opleveren ; dat de methode zich aan het objekt moet aansluiten ; en zoovele dergelijke eischen meer zijn aan geen wetenschappelijk mensch onbekend. Wel ben ik van plan in dit korte bestek twee principes te behandelen, welke sinds eenigen tijd in het physiologisch onderzoek worden gevolgd ; en welke m. i. belangrijk genoeg zijn om er een oogenblik bij stil te staan. Ik bedoel nl. : a. het kunstmatig nabootsen van orgaanfuncties door vernuftig samengestelde apparaten; en b. het bestudeeren der functies van levende cellen, weefsels en organen door middel van levende organismen (t. w. bacteriƫn, leucocyten, enz.) Toch heb ik mij aangematigd als opschrift te plaatsen : Over de methodiek van het physiologisch onderzoek, daar ik aan het eind van mijne beschrijvingen gekomen, eenige opmerkingen over de physiologische methodiek in het algemeen ten beste zal geven. Ad A. Het nabootsen van de functie van zekere organen door middel van vernuftig gevonden apparaten is uit den aard der zaak beperkt. Toch heeft men, om een beter inzicht te verkrijgen in het mechanisme der orgaanfuncties, vrij veel pogingen in deze richting aangewend. Reeds in het midden der vorige eeuw is men begonnen, bijv. de secretie van enkele klieren, waarbij immers bepaalde produkten uit het b^oed door den wand der klier heen naar buiten worden gevoerd, na te bootsen. Vooral zijn vele onderzoekingen met dat doel verricht door de school van C. LUDWIG. Dat doel hadden nl. de vele proeven om de filtratie door (doode of levende) dierlijke membranen te bestudeeren; bijv. door de membrana Descemetii, of door het binnenvliesje van een kippenei heen. Bij de studie hiervan bleek bijv., dat deze membranen wel doorgankelijk voor water en zouten waren, maar niet voor eiwitstoffen. En zeer spoedig kwam men reeds o.a. ook daardoor tot de conclusie, dat het eiwitvrij of eiwit-arm zijn van bepaalde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's