Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 140

2 minuten leestijd

134 geraamte van een salamander. En evenzoo had hij op goede gronden aangetoond, dat het menschelijke geraamte, dat in 1805 door Manuel Cortez y Campomanos op het eiland Guadeloupe in eene harde kalksteenrots gevonden was, van betrekkelijk jongen datum moest wezen. Het zou echter weldra blijken dat fossiele menschen wel degelijk bestaan. Oroot opzien verwekte in 1844 de mededeeling van Aymard, secretaiis der „société académique du Puy" dat er menschenbeenderen waren opgedolven van onder eene lavalaag van den rustenden vulkaan van Denise bij Ie Puy-en-Velay in het departement Haute Loire. Men had daar in de nabijheid van beenderen van mastodon en andere voorhistorische dieren twee menschengeraamten gevonden en wel van een knaap en een volwassen man. Wijl men meende, dat de vulkaan van Denise sedert het begin der diluviale periode geen uitbarstingen vertoond had, waren velen geneigd om de gevonden geraamten voor tertiair te houden, Later bleek echter dat hij ook nog in historischen tijd werkzaam was geweest. Van veel meer belang waren de gewichtige opgravingen, die reeds eenige jaren vroeger, in 1839 door Jacques Boucher de Perthes (1788—1868) waren begonnen in het dal der Somme nabij Abbeville en meer dan twintig jaren lang werden voortgezet. Hierdoor werd eigenlijk voor het eerst het bestaan van den diluvialen mensch overtuigend bewezen. In het gelaagde diluvium, hoog boven het niveau der Somme vond hij, vooral te Saint-Acheul groote hoeveelheden ruw bewerkte vuursteenen, knotsen, messen en pijlpunten, beneven resten van rhinoceros, mammoet, holenbeer en holenhyaena. Later kwam er ook eene menschelijke onderkaak te voorschijn, doch volgens S. Zaborowski en anderen is het zeer waarschijnlijk, dat Boucher de Perthes, die eene belooning had uitgeloofd voor het vinden van menschenbeenderen, hier door de arbeiders bedrogen is en dat dus de beroemde in 1863 te Moulin-Quignon gevonden onderkaak, wat den ouderdom betreft, niet echt is. Het kan hier ons doel niet zijn om van alle opgravingen betreffende den diluvialen mensch melding te maken; we moeten ons beperken tot de belangrijkste die we, ten minste wat Europa betreft, zooveel mogelijk in chronologische volgorde zullen opnoemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's