1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
36
deze verschillen. WUNDT meent, dat men niet in staat is, den inhoud van het bewustzijn op zich zelf te beoordeelen, maar dat men altijd eene zekere vergelijking tracht te maken met een anderen bewustzijnsinhoud, die daarvoor in aanmerking komt. Waar nu de gewaarwordingen een analogen inhoud van het bewustzijn vertegenwoordigen, maken wij dan door de apperceptie eene schatting van de grootte der verschillende gewaarwordingen. Over het algemeen blijkt dan, dat, onafhankelijk van deze schatting, de grootte van de inwendige gewaarwording evenredig is met de sterkte van den uitwendigen prikkel Indien men echter de grootte van de gewaarwordingen zelve moet beoordeelen, dan blijkt dat wij twee paren van gewaarwordingen dan gelijk noemen, als zij onderling in dezelfde verhouding tot elkander staan, m. a. w. als zij met elkander gemeten hetzelfde quotiënt leveren. Volgens WUNDT ZOU de wet van WEBER eigenlijk niet anders zijn dan eeu bijzonder geval van de algemeene wet der relatieviteit van onze inwendige toestanden. Nu moet worden opgemerkt, dat velen o. a. ZIEHEN niets van de leer der apperceptie willen weten en zich hevig verzetten tegen het bestaan van zulk eene „Oberseele". Doch ook al neemt men dergelijke apperceptie aan, dan blijft men toch altijd nog staan voor allerlei onopgeloste problemen. Het is toch zeer merkwaardig, dat de verhoudingen bij de verschillende zintuigen zoo zeer uiteenloopen; de wijze, waarop de prikkel moet versterkt worden om een even merkbaar verschil in de gewaarwording te verkrijgen, is lang niet altijd dezelfde. Indien men nu de oorzaak niet mag zoeken in de periphere zintuigen, maar alles afhankelijk moet zijn van één en dezelfde centrale apperceptie, dan zou men toch moeten verwachten, dat deze apperceptie meer gelijkmatig tot stand kwam en althans niet zulke groote verschillen zouden voorkomen. Indien men b.v. met verschillende intensiteiten van licht te doen heeft, dan is onder gunstige omstandigheden een relatieve toename van Vioo van den prikkel voldoende om een juist merkbaar verschil in gewaarwording op te merken ; zijn de omstandigheden minder gunstig, dan moet de prikkel veel sterker toenemen, met ^/jo soms zelfs met VioJ h^t schijnt dus dat de apperceptie hier al bijzonder verschillend werkt. Met het geluid is de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's