1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 78
70
grootste uitbreiding van het Skandinavische ijs 115000 vierkante geografische mijlen oppervlakte, dat is ongeveer twee derden van geheel Europa daardoor bedekt zijn geweest. Wel zijn er door enkele geologen bezwaren tegen de theorie van ToRELL ingebracht, doch hierop is nog weinig gelet en ze schijnen ook weinig bekend te zijn geworden. Een der eersten, die het waagde eenige bedenkingen in het midden te brengen, was de bekende geoloog HIPPOLYT HAAS (geb. 1855). Op blz. 271 en 272 van het tweede deel van zijn werk „Aus der Sturm-und Drangperiode der Erde, Berlin 1894" zegt hij o. a. het volgende: „Bij Rüdersdorf in de nabijheid van Berlijn en bij Velpke en Danndorf in de omgeving van Maagdenburg heeft men in twee richtingen loopende en elkaar snijdende krassen op daar aanwezige rotsen waargenomen en de meening uitgesproken dat de van het N. naar het Z. loopende krassen aan de eerste, de OostWestelijke daarentegen aan de tweede ijsbedekking moeten worden toegeschreven. Indien dat nu werkelijk zoo is, dan vragen wij onszelven af, waar dan wel de grondmoreene der eerste ijsbedekking gebleven is, die noodzakerwijze reeds weggespoeld moet zijn geweest, eer het landijs ten tweeden male de schelpkalkrotsen van Rüdersdorf of de zandsteenvormingen van Velpke en Danndorf overdekte ? Want anders ware het aan dit agens immers niet mogelijk geweest zijne tweede bewegingsrichting daarop in te krassen. En zou eene kracht, die zulke kolossale erosiewerkingen kon verrichten, die al hel keileem der eerste ijsbedekking tot het laatste spoor toe kon wegvagen, ook niet in staat geweest zijn om de fijne krassen der eerste ijsbedekking wederom te vernietigen ? Op ijsvrije plaatsen bij hedendaagsche gletschers vertoonen de rotsen soms ook schrammen en strepen die elkaar kruisen; en daaruit zou men dan ook de gevolgtrekking moeten maken, dat het gletscherijs zich hier in verschillende richtingen zou hebben bewogen, hetgeen toch blijkbaar onmogelijk is." Overigens is HAAS van meening, dat het over noord-Europa verspreide erratische materiaal daar reeds lang aanwezig was voordat het ijs kwam om het te verplaatsen, en eindelijk acht hij het hoogst waarschijnlijk, dat de kern der zaak gezocht moet worden in eene combinatie van LYELL'S theorie met die van TORELL. Wat de erosieketels of gletschermolens betreft die op verschillende plaatsen voorkomen, deze worden gewoonlijk gehouden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's