Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 101

2 minuten leestijd

95 nn de beschouwing juist kon genoemd worden, dat de krankzinnige en de misdadiger op één lijn gesteld moeten worden, dan zou het gemakkelijk zijn aan te toonen, dat de psychiater eigenlijk geheel de plaats van den strafrechter zou moeten innemen, hij heeft ervaring op het gebied der psychopathologie, dus ook op dat van den misdadiger. Neemt men dit niet aan, dan ligt het toch voor de hand, dat strafrechter en psychiater op hun eigen gebied moeten blijven. De mogelijkheid is niet illusoir te noemen, dat de psychiater, in de eerste plaats psychopatholoog zijnde, juist te veel in die richting gaat zoeken en met name ook waar het onderzoek van getuigen geldt. Maar ik herhaal het, naast de kennis van de forensische psychiatrie, waardoor hij een kijk krijgt op de gevallen, waarin hij deskundige hulp noodig heeft, moet de rechter psychologie bestudeeren. Dat de opleiding van den jurist in deze te wenschen overlaat, staat wel vast, maar hij deelt dat gemis met den medicus. Boven den medicus heeft hij echter voor, dat zijn beroep een goede leerschool is, dat door hem zeker even goed de zelfwaarneming en de waarneming van anderen kan worden toegepast, waardoor hij ook zeker meer ervaring zal opdoen. Zoo kan men dus een voorstander zijn van de studie van de forensische psychiatrie voor de juristen en tegelijk een tegenstander van de nieuwere opvattingen, die ook het getuigenonderzoek op ons terrein zouden willen brengen. Uit alles blijkt, dat we telkens met diepere problemen te doen kregen, en dat deze problemen samenhangen met onze beschouwingen over den mensch als zondig wezen en over de verhouding van lichaam en ziel. Wel zullen meermalen de practische conclusies dezelfde zijn bij hen, die tegenovergestelde opvattingen koesteren en met name in de praktische taak als deskundige bij de rechtbank, maar dat neemt niet weg, dat bij den dieperen grond der dingen gewichtige verschillen openhaar kunnen worden. L. BOUMAN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 101

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's