Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

2 minuten leestijd

135 hl 1844 maakte de Deen P. W. Lund bekend, dat hij eenige honderden holen in Brazilië had onderzocht en in een daarvan beenderen had gevonden van wel dertig menschen en van verschillende uitgestorven dieren der diluviale formatie, o.a. van megatherium of reuzendier, mylodon of reuzenluiaard, glyptodon of pampasgordeldier en smilodon of machairodus of dolktand. Séguin vond in eene loslaag aan den oever der rio Carcarana in de Argentijnsche republiek een aantal menschenbeenderen en vier steenen werktuigen naast beenderen van mastodon, magatherium, paard en beer. En Florentino Ameghino deelt mede dat hij tusschen Buenos Ayres en Mercedes bij het riviertje Frias vele menschenbeenderen ontdekte en daartusschen eene groote hoeveelheid houtskool, gebrande beenderen, messen en pijlpunten van vuursteen, verschillende messen en andere werktuigen van been, alsmede eene groote menigte beenderen van voorhistorische dieren die kerven en insnijdingen vertoonden, welke blijkbaar door menschenhanden veroorzaakt waren. Later ontdekte Ameghino zelfs de woning dezer oude Amerikanen; zij bestond uit het rugschild van het reeds genoemde gordeldier glyptodon clavipes. Omstreeks 1850 werden door Koch in Missouri en later door Aughey in Jowa en Nebrasca werktuigen van vuursteen en mastodonbeenderen bij en door elkaar gevonden. De mastodons waren blijkbaar in een moeras geraakt en door menschen met steenen, pijlen en lanspunten gedood. Van 1880 tot 1890 verzamelde Charles C. Abbott in de diluviale lagen van het dal der Delaware bij Trenton een groot aantal steenen artefacten, welke volkomen geleken op die der oudere steenperiode uit de dalen van Somme, Seine en Maas en door den Engelschen natuuronderzoeker Th. Belt zelfs tot het laatste gedeelte der tertiaire periode gerekend werden. Veel is er geschreven over den Calaveras-schedel, die in 1867 in Caiifornië aan de westelijke helling van de Sierra Nevada uit eene aanzienlijke diepte werd opgedolven en volgens Josiah Dwight Whitney (1819—1896) aan een tertiairen mensch zou hebben toebehoord. Later bleek het een gewone Indianenschedel te zijn, afkomstig uit eene begraafplaats. Eindelijk maken we, wat Amerika betreft, nog melding van het menschengeraamte dat in 1909 door Ameghino ontdekt werd in Argentina bij het plaatsje La Tigra te midden van een aantal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's