1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 90
84 Wordt de forensische psychiatrie gedoceerd, dan dienen de verschillende hoofdlijnen van de ziektevormen en oorzaken, beloop en einde besproken te worden, en daarna moet aangegeven worden, hoe deze vormen van beteekenis kunnen zijn voor het genoemde vak. Is de docent daartoe in de gelegenheid en alleen als man van ervaring is hij in staat het vak goed te doceeren, dan geeft hij uit zijne ervaring de voorbeelden ter toelichting en bespreekt deze met zijne hoorders. Even scherp omschreven is m. i. de taak van den psychiater als deskundige. Hij moet psychiater zijn en het is niet onnoodig dat, wat vanzelf spreekt, voorop te stellen. Hij moet beginnen als klinicus zijn patiƫnten in klinieken of gestichten waar te nemen en daarna, liefst eerst onder leiding van een op dat gebied ervarene, ook het speciale gebied van den deskundige gaan bestudeeren. Eerst in dit geval kan hij den rechter met raad bijstaan, eerst dan zal hij de door den rechter gestelde vragen met vrucht kunnen beantwoorden. Wanneer door hem aangetoond kan worden, dat i. c. een misdaad begaan is onder invloed van de verschijnselen, die bij een bepaald ziektebeeld voorkomen en als zoodanig bekend zijn en waarvan de andere verschijnselen eveneens aanwezig zijn, mag met alle recht van een krankzinnige gesproken worden. Aan den psychiater mag niet de quaestie gesteld worden om de al of niet toerekenbaarheid uit te spreken, dit moet aan den rechter worden overgelaten. Is de psychiater in twijfel, dan moet hij een non liquet uitspreken, hij moet op zijn eigen terrein blijven en mag met name in zijn rapport geen beschouwingen houden over zaken, die buiten zijn terrein liggen. Staat mij toe door enkele voorbeelden toe te lichten hoe nuttig de aanwijzingen van den psychiater voor den rechter kunnen zijn. Bij het ziektebeeld van de melancholie treden naast de depressieve stemming de on- en minderwaardigheidsvoorstellingen op den voorgrond. Zelfbeschuldigingen en zondewaan worden als karakteristieke verschijnselen waargenomen, eveneens neiging tot zelfmoord, maar ook homicide impulsen. Zoo kan het gebeuren, dat een moord begaan is, terwijl geen spoor van den dader te vinden is. Nu komt zich iemand aangeven bij den officier van justitie, die bekent den moord te hebben begaan, en bovendien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's