1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
35
het kort moeten beide opvattingen nader worden toegelicht. Reeds meermalen werd er op gewezen, dat WEBER zich enkel hield aan de opvatting, dat het verschil van twee prikkels evenredig met de grootte van de oorspronkelijke prikkels moet toenemen, indien men gelijk bemerkbare verschillen in de gewaarwording wil doen ontstaan. In de uitdrukking „verschillen, die gelijk bemerkbaar zijn," hield WEBER dus nog wel degelijk rekening met subjectieve invloeden ; want men moet toch de verschillen kunnen schatten, wat bij den een gemakkelijker, bij den ander moeilijker het geval zal zijn. Indien men de gewaarwordingen zelve met elkander wil vergelijken, is dit inderdaad al zeer moeilijk, hoogstens kan men de opvattingen of indrukken, die wij van die gewaarwording ontvangen, met elkander vergelijken. Het is vooral WUNDT die op deze zijde van het probleem in het bijzonder den nadruk legt en er op wijst, dat de wet van WEBER eigenlijk niet aangeeft de verhouding tusschen prikkel en gewaarwording, zooals FECHNER dit heeft uitgedrukt. Hij meent, dat wij meer te doen hebben met een zuiver geestelijk proces en dat wij alleen eene vergelijking maken tusschen onze indrukken van verschillende gewaarwordingen. De psychologische verklaring van de wet van WEBER staat in nauw verband met de leer der apperceptie, zooals deze door WUNDT wordt aangenomen. Indien men kwantitatief de gewaarwordingen met elkander wil vergelijken, dan heeft men volgens WUNDT eigenlijk niets te doen met het nerveuze proces, dat in de zintuigen, de zenuwen en de primaire centra tot stand komt. Men moet daarbij rekening houden met een hoogere geestelijke werkzaamheid, met de zoogenaamde apperceptie, die de verschillende gewaarwordingen met elkander vergelijkt, voor zooverre zij althans in het bewustzijn worden opgenomen. Volgens WUNDT kan men nu door de apperceptie de intensiteiten van de verschillende bewustzijnstoestanden niet beoordeelen naar hunne absolute, maar wel naar hunne relatieve grootte. Indien men van deze beschouwing uitgaat, krijgt men natuurlijk eene andere opvatting van de wet van WEBER; terwijl FECHNER spreekt van onderlinge verschillen der gewaarwordingen zelve, heeft men volgens WUNDT en trouwens ook volgens de opvatting van WEBER, meer te doen met de schatting van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's