1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156
150 gepolijst en in 't algemeen veel handiger en doelmatiger gemaakt werden, de palaeolithische schilder- en beeldhouwkunst niet alleen niet tot verdere ontwikkeling is gekomen, maar zelfs geheel verloren schijnt geraakt.
Terwijl Frankrijk zoovele merkwaardige kunstproducten uit den palaeolithischen tijd opleverde, werd. ook in andere landen het onderzoek met kracht voortgezet en veel merkwaardigs kwam daarbij aan het licht. In 1905 leverde eene kleine grot van het holengebied der stad Brünn in Moravië eene menschelijke onderkaak op. Van veel meer belang is de vrij groqte, hoewel niet volkomen volledige onderkaak, die in hetzelfde jaar gevonden werd in de Schwedentischgrot bij Ochos niet ver van Brünn; deze kaak, die te midden van beenderen van holenbeer, holenhyaena, neushoren en paard lag en waarvan de kin slechts weinig vooruitstak, is nog in het bezit van bijna alle tanden en kiezen, terwijl de vroeger vermelde kaak van La Naulette (gevonden in 1866 door Dupont) geen enkelen tand bezit, en die van Shipka (gevonden in 1880 door Maska), welke aan een ongeveer elfjarig kind zou hebben toebehoord, slechts enkele tanden bevat. Tot nu toe waren er uit de diluviale periode geen sporen van menschen ontdekt in Skandinavië, in het noordelijk deel van Duitschland en in de Alpen. Dit lag ook voor de hand. Immers was volgens de „ijsgeologen" Skandinavië toen door een mantel van ijs bedekt, de noorderlijke kuststrook van Nederland en Duitschland was nog niet uit het water opgeheven en in de Alpen heerschten de gletschers met ongekende kracht. Doch het zou anders worden. De diluviale mensch was blijkbaar voor geen klein geruchtje vervaard en had wel voor heetere vuren gestaan dan gletschers en ijsmantels. Ten Z. van de stad Appenzell, ten Z.-W. van Weiszbad ligt in eene grot eene kapel die den naam van Wildkirchli draagt en waar eens Ekkehard woonde. In dit 1500 meter boven den zeespiegel gelegen hol werden in 1905 en 1906 door Emil Bachler van St. Gallen een aantal ruwe steenen werktuigen gevonden, benevens eenige honderden beenderen, hoofdzakelijk van holenberen, holenleeuwen, holentijgers en alpenwolven. De steenen werktuigen zijn van kwarts en van vuursteen; het grootste is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's