Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 132

2 minuten leestijd

126 aanvang neemt, werden de steenen, die voor werktuigen moesten dienen, slechts ruw bekapt ot behouwen ; daarom heel het ook het tijdvak der gehouwen of bekapte steenen (époque des pierres taillées). De mensch, die in dit tijdvak leefde, wordt gewoonlijk palaeolithische of diluviale mensch geheeten en met hem zullen we ons in dit opstel voornamelijk bezig houden. Later, tegen het einde van het diluvium en het begin van het alluvium werden de steenen, waarvan men werktuigen wenschte te maken, geslepen of gepolijst en ook dikwijls doorboord ten einde ze aan andere voorwerpen te kunnen bevestigen: dit tijdvak, de neolithische periode of het jongere steentijdvak heet daarom ook het tijdvak der geslepen of gepolijste steenen (époque des pierres polies). Hierbij moet 'echter worden opgemerkt dat in de neolithische periode niet uitsluitend gepolijste steenen werden gebruikt, maar dat ook werktuigen van behouwen steenen naast de nieuwe bleven voortbestaan, zoodat eigenlijk de chronologische verdeeling der steenperiode in de twee of drie genoemde afdeelingen op zeer zwakke gronden rust. Dikwijls waren zelfs in eene en dezelfde landstreek steenen en metalen werktuigen te gelijker tijd in gebruik. Dat er, ten minste op vele plaatsen, moeilijk of in 't geheel niet van eene verdeeling van het steentijdvak in opvolgende perioden sprake kan zijn, zullen we door een paar voo! beelden trachten duidelijk te maken. In Henegouwen, aan de Trouille, een zijtak der Haine, ligt het dorpje Spiennes, welks krijtbodem veel vuursteen bevat. Nadat men hier in diluviale aardlagen ruwbehouwen steenen werktuigen en in jongere alluviale vormingen gepolijste instrumenten van steen had gevonden, ontdekte men in 1897 in de laatstgenoemde lagen ook werktuigen die volkomen geleken op die der oudere of diluviale steenperiode, hoewel ze blijkbaar van veel jonger datum zijn. We hebben hier dus palaeolithische en neolithische kunstproducten uit denzelfden tijd, en om nu toch de tijdrekenkundige onderscheiding in eene oudere en jongere steenperiode vol te kunnen houden, kwam men tot de bewering dat er in de neolithische periode te Spiennes eene werkplaats zou geweest zijn, waar steenen artefacten vervaardigd werden. In het Z. van Limburg, bij St. Geertruid ten N. O. van Eysden liggen eenige groote klompen vuursteen en daarbij een groot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's