Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 164

2 minuten leestijd

158

Waren nu de Neanderdaiers apen of menschen ? Het eerste durven zelfs de voorstanders van de dierlijke afstamming van den mensch niet beweren; tot het laatste kunnen zij ook niet besluiten en nu moet het woord aapmensch dienst doen om hun wetenschappelijk geweten gerust te stellen. Geen voldoend en ook geen onvoldoend cijfer durven ze uitreiken. Tot voor korten tijd leerden de aanhangers der afstammingsleer, dat alle hooger georganiseerde wezens zich uit lagere en dus ook de menschen zich uit aapachtige voorouders zouden hebben ontwikkeld. Als een duidelijk bewijs hiervoor voerden zij aan de stelling van Ernst Haeckel (geb. 1834) dat de ontogenie, de embryonale ontwikkeling van een individu de recapitulatie, de korte herhaling is van zijne phylogenie, van zijne afstammingsgeschiedenis gedurende den loop der eeuwen. Zoo doorloopt de mensch b.v. in zijne embryonale ontwikkeling den toestand van visch en telt bijgevolg visschen onder zijne voorouders. Ware nu de mensch uit een aapachtig wezen ontstaan, dan zou er ook een stadium in zijne ontwikkeling moeten zijn waarin hij op een volwassen aap gelijkt. Dit is nu echter niet het geval. Integendeel heeft men juist opgemerkt, dat de aap bij zijne individueele ontwikkeling een toestand doorloopt, waarin hij op een mensch gelijkt, en in verband met de boven vermelde biogenetische grondwet van Haeckel zou hieruit moeten volgen, dat de hedendaagsche aap onder zijn voorouders ook den mensch moet gehad hebben. De anthropologen der nieuwere school aanvaarden deze conclusie dan ook inderdaad en komen al meer en meer tot de slotsom dat de gemeenschappelijke voorouders van menschapen en menschen, de zoo genoemde propithecanthropi meer geleken op de laatsten dan op de eersten, of, om het maar in eens zeer kort en duidelijk te zeggen, dat de apen van de menschen afstammen. De aapmenschen en menschapen der Darwinisten en Haeckelianen zijn volgens deze aanhangers der jongere school niet anders dan gewijzigde, gedegenereerde, mislukte menschen. Misschien trekken de voorstanders dezer nieuwe richting op het gebied der transmutatie in het vervolg hunne consequentie nog wel verder door en komen dan wellicht tot eene juist tegenovergestelde afstamming als die der oudere school, namelijk tot eene afstamming van het lagere uit het hoogere. Dit kan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's