Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

2 minuten leestijd

154 van den mensch van La Chapelle is toch voorzeker nog wel een bewijs, dat we hier met een echten mensch en niet meteenaapmensch te doen hebben. Men schijnt het er thans voor te houden dat de intelligentie van een mensch ongeveer recht evenredig is met de spitsheid der kin en omgekeerd evenredig met de dikte der wenkbrauwbogen. De reeds genoemde Zwitsersche archaeoloog O. Hauser had het geluk in het volgende jaar, 1909, nogmaals een menschelijk geraamte te vinden en wel wederom in het departement Dordogne. Het lag 40 meter boven den weg van Montferrand naar Beaumont onder eene overhangende rots — abri de CombeCapelle —• en bevond zich 2.5 meter onder den grond. Hermann Klaatsch groef het er voorzichtig uit. Bij den hals lagen een aantal doorboorde slakkenhuisjes van helix memoralis, litorina litorea e.a., die blijkbaar aaneengeregen als halssieraad hadden gediend. Ook eenige ruw behouwen vuursteenen vond men in de nabijheid. Het lijk was, gelijk duidelijk bleek, op den zelfs daaronder een weinig uitgeholden rotsgrond neergelegd of begraven. De schedel was zeer goed gevormd en buitengewoon dolichocephaal, evenals de schedels van Brünn en Galley-Hill. Een geheel volledig en vrij goed bewaard menschenskelet werd in hetzelfde jaar en in hetzelfde Fransche departement door Peyrony gevonden bij La Ferrassie niet ver van de stad Périgueux. Bij het opgraven waren tegenwoordig M. Boule, H. Breuil en R. Capitan. De schedel vertoonde eenige overeenkomst met dien van het NeanderdaL Ook in Zuid-Amerika bij La Tigra in Argentina werd, gelijk reeds vroeger vermeld is, in 1909 door F. Ameghino een menschengeraamte en wel uit eene ouddiluviale laag opgegraven. Het lag temidden van een aantal fossiele beenderen van grootendeels nog onbekende dieren. In 1910 werden sporen van den palaeolitischen mensch ontdekt op Jersey, een der aan Engeland behoorende Normandische eilanden. Ongeveer 20 meter boven het strand der baai van St. Brelade vonden E. T. Nicolle en J. Sinel in een hol talrijke vuursteenen werktuigen, gebrande aarde, houtskool en 9 menschentanden. Tevens leverde dit hol, voor welks ingang eene acht meters dikke laag rotspuin lag, beenderen van den wolharigen neushoren, het rendier en het paard. Over de in 1912 in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's