Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80

2 minuten leestijd

72

van meer dan 500 meter dikte moeilijk kan bestaan, aangezien ten gevolge van de groote drukking de onderste lagen zouden smelten. Ook uit het feit, dat de voorstanders der theorie van TORELL het nog zeer oneens zijn over het aantal ijstijdperken en het aantal tusschenijstijdperken en dat zij bovendien aangaande de oorzaak of de oorzaken van den ijstijd in zijn geheel genomen niets steekhoudends weten mede te deelen, blijkt ten duidelijkste dat deze gletscher- en landijstheorie nog niets anders is dan eene hypothese, die — om met HAAS te spreken — nog lang niet boven alle bedenkingen verheven en zoo schitterend bewezen is, als zulks door de geologen, die er aanhangers van zijn, zoo gaarne beweerd wordt. Een der felste bestrijders van de theorie van TORELL was de Engelschman HENRY H. HOWORTH, wiens naam echter in de Nederlandsche en Duitsche encyclopedieën, voor zoover mij bekend, niet voorkomt. In 1893 schreef hij een werk van twee dikke deelen, dat reeds in den eigenaardigen titel „The glacial nightmare and the flood" voldoende doet uitkomen, hoe hij over de zaak denkt. Het is mij niet wel mogelijk om van dit werk, dat van eene bijna onbegrijpelijke belezenheid getuigt, een kort overzicht te geven. Daarom merk ik alleen op, dat HOWORTH op tal van gronden tracht aan te toonen, dat het onmogelijk is dat het uit het N. komende ijs zich over uitgebreide vlakke terreinen bv. over Rusland, Polen, de noord-Duitsche laagvlakte en de Amerikaansche prairiën honderden kilometers zou hebben voortbewogen en dat het de daar aanwezige diluviale formaties zou hebben veroorzaakt. Daarentegen beweert hij, dat de gletschers van den ijstijd geene andere uitwerkingen kunnen gehad hebben dan de tegenwoordige, en dat zonder een plotselingen en uitgestrekten pleistoceenen watervloed de diluviale verschijnsels niet voldoende kunnen verklaard worden. Volgens de theorie van TORELL is het ijs, dat in het diluviale tijdvak noord-Europa bedekte, al wordt het ook veelal landijs genoemd, eigenlijk gletscherijs. Immers dit ijs moet, ten minste wat ons land en een groot gedeelte der Duitsche laagvlakte betreft, afkomstig zijn van het hooggebergte van Skandinavië, waar de vergletschering begon en steeds toenam door het aangroeien der firn of korrelsneeuw, zoodat de gletschers ten slotte reus-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's