Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 161

2 minuten leestijd

155 Wales ontdekte wandteekeningen uit den ouderen steentijd is boven reeds gesproken.

Met het oog op het medegedeelde willen wij ten slotte nog een korten blik werpen op de palaeolithische of diluviale bewoners van west- en middel-Europa en ons een denkbeeld trachten te vormen van hunne levenswijze en van hunnen beschavingstoestand. Over 't geheel waren zij welgevormd, van gewone grootte en bezaten een schedel welks capaciteit niet achterstaat bij die der tegenwoordige bewoners van ons werelddeel. Evenals thans vond men onder hen korthoofden en langhoofden, rechttandigen en scheeftandigen, menschen met een hoog en recht en menschen met een laag en achteruitwijkend voorhoofd, reuzen en dwergen. Evenwel loopen de lengten van hun lichaam niet meer uiteen dan die der tegenwoordige aardbewoners; immers de menschen van Cro-Magnon waren ongeveer even lang als de landbouwers van Galloway in Schotland en als de Cheyenne-lndianen die voor de grootste der thans levende menschen gehouden worden, en de beide kleinste geraamten uit de roode rots bij Mentone waren nog 10 centimenter langer dan de inboorlingen der Andamanen en dan de Akkanegers. Ongetwijfeld kenden zij het vuur en maakten hiervan gebruik om zich te verwarmen, om hunne spijzen te bereiden en misschien ook wel om vuursteenen te doen springen, teneinde al dadelijk aan hunne werktuigen een vorm te geven dien zij gemakkelijk door houwen en kappen nog iets konden verbeteren. Zij waren grootendeels nomaden en betrokken slechts nu en dan vaste woonplaatsen. Jagen en visschen en het zoeken van eetbare planten waren zonder twijfel hunne voornaamste bezigheden. Met de huiden der gedoode dieren kleedden zij zich. Toch waren er kunstenaars onder hen, die niet alleen van geweien, beenderen en tanden fraaie werktuigen en sieraden wisten te vervaardigen, maar ook op het gebied der schilderkunst uitmuntten. Vooral in het teekenen van dieren waren zij zeer bedreven. Men heeft echter geen enkel spoor gevonden dat er op wijst, dat zij reeds huisdieren hadden. Zeer waarschijnlijk is het dat tenminste sommige stammen goden vereerden en een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's