1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92
86 over de toestanden van ouderdomszwakzinnigheid de rechtbank kunnen voorlichten en i. c. kunnen aantoonen, dat de bekende verschijnselen reeds lang te voren bij den erflater duidelijk aanwezig waren. Het is mij in mijn praktijk wel gebleken, dat in verschillende gevallen reeds ernstige stoornissen geconstateerd konden worden, voordat de omgeving deze als ziekelijk beschouwde of wol, dat men ze waargenomen had, maar voor gewone ouderdomsverschijnselen gehouden had. Bekend zijn ook de zedelijkheidsdelicten, met name de ontucht met kinderen, die nu en dan door grijsaards bedreven worden en terecht is het tegenwoordig de gewoonte geworden, om in zulke gevallen een onderzoek door den psychiater te gelasten. Maar zelfs dan mag men zich bij het onderzoek niet laten leiden door de vooropgestelde meening, dat, wanneer iemand op hoogen leeftijd tot zulke delicten komt, deze wel aan ouderdomskrankzinnigheid zal leiden, maar zal men eerst na nauwkeurig onderzoek en door bewijzen gestaafd een psychose kunnen aannemen. Wie nu meenen mocht, dat dit alles toch voor de hand ligt en dat niet kan getwijfeld worden aan den belangrijken invloed, dien de psychiater door zijne ervaring mag doen gelden, rekent niet voldoende met de historie. In het jaar 1798 heeft de philosoof Kant de meening verkondigd, dat het gei echt, wanneer het wenschte te weten, of een beklaagde krankzinnig was of niet, zich behoorde te wenden niet tot de medische, maar tot de philosophische faculteit. Volgens die opvatting werd iemand in het jaar 1805 ter dood veroordeeld, die door twee medici krankzinnig werd genoemd, doch bij wien een philosoof „wild religieus fanatisme" als de oorzaak van den moord had vastgesteld. In de 18de eeuw was het uitzondering, wanneer aan een misdadiger de straf werd kwijtgescholden vanwege krankzinnigheid. Het moest dan wel zoo ad oculos gedemonstreerd kunnen worden en zoo duidelijk zijn, dat de rechters eenvoudig geen keuze hadden. Zeker is het van beteekenis dat spoedig na de bekende daad van Pinel, die de krankzinnigen van de ketenen verloste, waaraan zij gekluisterd lagen, in het bekende art. 64 van de Code pénal de niet-verantwoordelijkheid van de krankzinnigen werd opgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's