1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 133
127 aantal kleine stukjes, die er afgeslagen of afgebrokkeld zijn en wel wat op steenen werktuigen gelijken. De Nederlandsche archaeoloog J. C. Ubaghs beweert dat hier allerlei palaeoiithische en neolithische kunstproducten dooreen liggen en houdt al deze fragmenten eenvoudig voor wapenen der Eburonen, die eens langs den middelloop der Maas woonden en in 53 v. Chr. door Julius Caesar bijna geheel verdelgd werden. In 1878 vertoonde Carlos Ribeiro een mengsel van eolithische, palaeoiithische en neolithische steenen, die uit tertiaire lagen dicht bij Lissabon op dezelfde plaats waren opgedolven. De oudere steenperiode werd door den Franschen archaeoloog Qabriel de Mortillet (1823—1898) in 1876 in onderafdeelingen verdeeld, die de namen ontvingen van eenige rijke, klassieke vindplaatsen van steenen werktuigen, evenals men ook verechillende aardformaties b.v. de devonische en permische formatie heeft benoemd naar die plaatsen b.v. Devonshire, Perm, waar het eerst zulke karakteristieke vormingen waargenomen werden. De vier onderafdeelingen van de Mortillet heeft men later nog met twee vermeerderd en wel met eene naar den kant der plioceene formatie en eene naar de zijde van het alluvium. De oudste afdeeling der palaeoiithische periode draagt den naam van strépyien naar het dorpje Strépy bij Bergen in Henegouwen ; de volgende afdeeling heet chelléen of acheuléen, afgeleid van de dorpen Chelles en Saint-Acheul, beide in het N. van Frankrijk, het eerste ten W. van Parijs, het tweede bij Amiens gelegen. De derde afdeeling noemt men moustérien naar het dorp Moustieraan de Vézère in het departement Dordogne en de vierde afdeeling, solutréen werd zoo geheeten naar het in de nabijheid van Lyon gelegen plaatsje Solutré in het departement Saöne et Loiie. Nu volgt het magdalénien, het tijdperk der holen, zoo genoemd naar de grot Madelaine in het landschap Périgord ten O van Bordeaux. De jongste afdeeling, die aan de neolithische periode grenst, heeft den naam ontvangen van azilien naar Mas d'Azil, een dorpje in de Pyreneeën. Zij valt onmiddellijk na de laatste ijsbedekking en heet ook tourassien naar het hol of den abri de la Tourasse bij Saint-Martory in het departement Haute-Garonne, alwaar in 1891 eenige harpoenen en geweien van herten gevonden werden. Men kan niet ontkennen dat deze afdeelingen zeer kunstmatig gevormd en weinig streng gescheiden zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's